Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Wetboek van de Belgische nationaliteit van 28 juni 1984.
Wet van 25 juni 2017 tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft.
Wet houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing van 18 juni 2018.
De afgifte van allerlei administratieve stukken brengt voor de gemeente zware lasten met zich mee. Het is gepast om hiervoor van de belanghebbenden een retributie te eisen.
Art.1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten behoeve van de gemeente, onder de navolgende voorwaarden, een retributie geheven op de afgifte van administratieve stukken. De retributie valt ten laste van de personen of instellingen, aan wie deze stukken door de gemeente op verzoek of ambtshalve worden uitgereikt.
Art.2. De bedragen van de retributie worden als volgt bepaald:
§1. Op de elektronische identiteitskaarten en vreemdelingenkaarten afgeleverd aan Belgische onderdanen en aan vreemdelingen:
- €4 voor een eerste identiteitskaart of voor elke andere identiteitskaart, uitgereikt tegen teruggave van de oude kaart, alsook voor elke vreemdelingenkaart bij de afgifte, de vernieuwing, de verlenging of de vervanging ervan. De aanmaakkost van de elektronische kaarten is ten laste van de aanvrager.
- €9 per duplicaat.
§2. Op de elektronische identiteitsbewijzen voor Belgische en vreemde kinderen beneden de twaalf jaar: €0. De aanmaakkost van de elektronische kaart zoals aangerekend door de federale overheid is ten laste van de aanvrager;
§3. Op de afgifte van reispassen voor meerderjarigen:
- € 9 voor elk nieuw reispas. De aanmaakkost is ten laste van de aanvrager.
§4. Op de afgifte van trouwboekjes: €25.
§5. op de afgifte van rijbewijzen in ID-1-format of internationale rijbewijzen:
- €4
- per duplicaat €9.
De inwoners van Lichtervelde die conform het KB van 20 oktober 2009 tot wijziging van het KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs een kosteloze verlenging van het rijbewijs omwille van medische redenen van groep 1 kunnen bekomen, worden voor deze verlengingen vrijgesteld van deze retributie.
§6. De retributie voor het wijzigen van een voornaam wordt bepaald op €50.
Volgende personen zijn vrijgesteld :
- personen zonder voornaam aan wie de Belgische nationaliteit is toegekend ingevolge artikel 11bis, §3, derde lid van het Wetboek van de Belgische nationaliteit
- vreemdelingen zonder voornaam zoals bedoeld in artikel 15,§1,vijfde lid en artikel 21, §2, tweede lid van het Wetboek van de Belgische nationaliteit
De retributie bedraag €5 voor personen die in toepassing van Artikel 370/3 §4 van het Belgisch Burgerlijk Wetboek de procedure voor voornaamsverandering bij transgender personen inroepen.
Art.3. De retributie wordt contant ingevorderd tegen de afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebrek aan onmiddellijke betaling in der minne geschiedt de invordering volgens artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Art.4. Zijn van deze retributie vrijgesteld, de stukken die krachtens een wet, een koninklijk besluit of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven.
De retributie is niet toepasselijk op de afgifte van stukken die bestemd zijn voor de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen alsook de instellingen van openbaar nut.
De retributie is ook niet toepasselijk op de afgifte van stukken die krachtens een wet, een K.B. of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen is.
Art.5. Bij gebrek aan betaling wordt deze ingevorderd overeenkomstig artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Decreet op het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en latere wijzigingen. De gemeente is ontvoogd per 1 september 2009 en staat dus volledig zelf in voor de administratieve afhandeling van de stedenbouwkundige dossiers.
Het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen een openbaar onderzoek moet instellen, en het besluit van de Vlaamse Executieve houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning van 6 februari 1991, dat de verplichtingen vermeldt waaraan het openbaar onderzoek moet voldoen.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning met latere wijzigingen en haar bijlagen.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De administratieve kosten, o.a. bekendmakingen voor diverse vergunningen zijn aanzienlijk en met het oog op een efficiënte inning, is het aangewezen deze te bundelen in een retributie.
De financiële toestand van de gemeente.
Art.1. Belastbaar feit
§1. Er wordt met ingang van dienstjaar 2026 een gemeentebelasting gevestigd op de meldingen en aanvragen bedoeld in het decreet van 25.04.2014 betreffende de omgevingsvergunning.
§2. Er wordt met ingang van dienstjaar 2026 ook een gemeentebelasting gevestigd op aanvragen voor inlichtingen die enig opzoekingswerk vereisen zoals opgesomd.
Art.2. Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door degene die de aanvraag tot inlichtingen, de aanvraag tot vergunning of de melding heeft ingediend en bij gebreke daarvan de vergunninghouder of exploitant.
Art.3. Bedrag van de heffing
| 1 |
Aanvragen voor een omgevingsvergunning |
|
|
|
|
voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen |
basisbedrag |
100 euro |
|
|
|
voor meergezinswoningen of een bouwproject van meer dan 1 woning of woongelegenheid |
+ 100 euro per bijkomende woning of woongelegenheid |
|
|
voor het verkavelen van gronden |
basisbedrag |
100 euro |
|
|
|
voor een verkavelingsaanvraag van meer dan 2 kavels |
+ 100 euro per bijkomende bouwkavel |
|
|
voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 2 |
|
250 euro |
| 2 |
Aanvragen voor omgevingsvergunning waarbij de Vlaamse Overheid of de Provincie de vergunningverlenende overheid is |
||
| uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen |
100 euro |
||
| voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 1 |
500 euro |
||
| gemengd project |
500 euro |
||
| organiseren wettelijk voorziene infovergadering |
100 euro |
||
| voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 1 met MER-rapport of OVR rapportage | 1000 euro | ||
| 3 |
Het actualiseren van een gecoördineerde omgevingsvergunning |
|
150 euro |
| 4 | bijstellen van een omgevingsvergunning |
van de milieuvoorwaarden en/of het voorwerp of de duur van een ingedeelde inrichting of activiteit en/of vraag tot afwijking van de milieuvoorwaarden |
150 euro |
|
|
|
Voor het verkavelen van gronden |
100 euro |
| 5 |
Omgevingsmeldingen |
voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen |
25 euro |
|
|
|
voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 3 |
25 euro |
| 6 |
Aanvragen voor het omzetten naar een permanente omgevingsvergunning |
|
200 euro |
| 7 |
Aanvragen voor een planologisch attest |
|
300 euro |
| 8 |
Aanvragen voor een stedenbouwkundig attest |
|
100 euro |
| 9 |
Aanvragen voor opneming van een constructie als ‘vergund geacht’ in het vergunningenregister |
|
25 euro |
| 10 |
Aanvragen voor Perceelsplitsing |
|
25 euro |
| 11 |
Het organiseren van een projectvergadering |
|
100 euro |
De vermelde retributies worden gehalveerd indien een inrichting ook gedeeltelijk in een aanpalende gemeente is gelegen en in die gemeente een gelijkaardige retributie of belasting wordt geheven. De aanvrager dient het bewijs van invordering uit de aanpalende gemeente zelf voor te leggen.
De vermelde bedragen worden verhoogd met kostprijs voor de aangetekende zendingen indien deze het bedrag van de retributie overschrijdt.
Art.4. De retributie moet betaald worden binnen de 30 dagen na ontvangst van de betalingsaanvraag. De betaling blijkt uit de storting van het vereiste bedrag op de rekening van de gemeente.
Art.5. Bij gebrek aan betaling zal de retributie ingevorderd worden overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 173, van de Grondwet;
Artikel 40, §3, van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Artikel 21, eerste lid, van het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
Artikelen 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Het Vastgoedinformatieplatform wordt beheerd door het Vlaams Datanutsbedrijf (ook “Athumi” genoemd) zoals geregeld in het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform. De gemeente kan via het Vastgoedinformatieplatform de door aanvragers aangevraagde vastgoedinformatie verzamelen in een product en dit product met vastgoedinformatie kan ontsluiten. Het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoedinformatie en het samenvoegen van deze vastgoedinformatie in een product, op verzoek van aanvragers voor de gemeente brengt een administratieve last en bijhorende kost met zich mee. De gemeente wenst de kost voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie via producten op de aanvrager ervan te verhalen.
Art.1. De retributie zoals voorzien in het reglement op het gebruik van het vastgoedplatform, zoals goedgekeurd in zitting van 22 januari 2024 wordt vastgesteld op €100 met ingang van 2026 en tot 31 december 2031. Daartoe wordt artikel 4 van het vermelde regelement vervangen door volgende bepaling:
| Voorwerp aanvraag |
Retributiebedrag per kadastraal perceel |
| Product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet |
100 EUR |
Een aanvrager dient slechts éénmaal de retributieprijs voor een aanvraag te betalen per groep van 5 kadastrale percelen op voorwaarde dat:
Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet."
Art.2. Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Decreet 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals tot op heden gewijzigd.
Algemeen Politiereglement vastgesteld door gemeenteraad van 26 juni 2017 en zijn aanvullingen.
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019.
De innames brengen extra kosten en werk mee gezien de vlotte doorgang en de vlotte mobiliteit moet bewaakt worden.
Er is een softwarepakket aangekocht dit de heel werkstroom digitaliseert, met inbegrip van de betaling.
De financiële toestand van de gemeente.
Art.1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten behoeve van de gemeente, een belasting geheven op het privatief gebruik van het openbaar domein bij plaatsinname op voetpaden, straten, openbare
pleinen en wegen van de gemeente door het plaatsen van machines en werktuigen, van stellingen, containers, voertuigen, hoogtewerkers, verhuisliften, werfketens, ed., al dan niet met schuttingen of hekkens afgezet. Dit reglement is ook van toepassing op signalisatievergunningen.
Art.2. Deze belasting is verschuldigd door de aanvrager (persoon of vennootschap die het openbaar domein in gebruik neemt).
Art.3. Degenen die het openbaar domein privatief wensen te bezetten en de in artikel 1 niet-limitatief opgesomde voorwerpen op het openbaar domein wensen te plaatsen, moeten hiervoor voorafgaandelijk over de bij reglement voorgeschreven vergunning beschikken.
De aanvraag tot de inname van het openbaar domein, gebeurt via het officiële aanvraagformulier (terug te vinden op de website van de gemeente), minstens 14 dagen voor de start van de inname (bij afgesloten weg, minstens 28 dagen). Deze aanvraag bevat minstens:
- de gegevens van de aanvrager (naam- adres – telefoon -mailadres).
- opmetingen van de in te nemen oppervlakte. Deze wordt steeds in volle vierkante meter uitgedrukt. Daartoe wordt een gedetailleerd inplantingsplan bijgevoegd met aanduiding van het gedeelte van de openbare domein (berm, voetpad, parkeerstrook, fietspad,rijbaan, ...) dat men wenst in te nemen. Eénvoudige innames kunnen rechtstreeks ingetekend worden via de elektronische aanvraag.
- de duur van de inname, uitgedrukt in dagen of weken.
- de termijn en data waarop de inname zullen plaatsvinden.
- een duidelijke situatietekening (door markering van de betreffende plaats op een stratenplan).
- een signalisatieplan, indien nodig, in te dienen (up te loaden) door de aanvrager van de uit te voeren werken voor het bekomen van een signalisatievergunning.
Alle aanvragen, die niet de vermelde bijlagen bevatten, zijn niet volledig en kunnen niet worden behandeld zolang het dossier niet volledig is. De constructies dienen zodanig te worden geplaatst dat deze de minste hinder vormen voor de voetgangers of in voorkomend geval voor alle andere weggebruikers. Er kan enkel sprake zijn van ‘doorgaand verkeer mogelijk’ als er minimum 3m van de rijweg, exclusief greppel, overblijft.
De vergunninghouder is verplicht om de openbare weg zo beperkt mogelijk (in tijd en in ruimte) in te nemen. Zodra de inname is beëindigd of zodanig zijn gevorderd dat de inname niet meer noodzakelijk is, dient het openbaar domein ontruimd.
Voor het verstrijken van de vergunde termijn of voor het vervallen van de vergunning, moeten alle constructies volledig worden weggenomen, ongeacht het al dan niet beëindigd zijn van de werken. Indien de overtreder nalaat deze werken uit te voeren, zullen zij uitgevoerd worden door de wegbeheerder. Alle kosten vallen ten laste van de overtreder, onafgezien van burgerrechterlijke en strafrechterlijke vervolging.
Indien de inname eerder beëindigd is dan voorzien, dient dit te worden gemeld aan het gemeentebestuur. De belasting zal verrekend worden op de effectieve inname die heeft plaatsgevonden. De aangevraagde vermindering dient minstens €10 te bedragen. De aanpassingen worden achteraf verrekend en terug gestort.
De vergunning kan op ieder ogenblik bij een besluit van het college van burgemeester en schepenen worden opgeschort, ingetrokken of gewijzigd wanneer het algemeen belang dit vereist.
Bij gevaar of belemmering van de openbare orde moet de constructie onmiddellijk worden verwijderd op het eerste verzoek van de politie en/of de hulpdiensten en/of gemeentelijke ambtenaren hiervoor bevoegd. De kosten voor de ontruiming van de constructies zijn ten laste van de vergunninghouder en kunnen niet verhaald worden op de overheid.
Elke wijziging die naderhand aan deze bezetting wordt aangebracht, moet binnen de 24 uren aan worden meegedeeld.
Bij niet tijdige betaling van de vergunning wordt deze als geweigerd beschouw.
Art.4. De aanslag gebeurt op basis van de door het gemeentebestuur afgeleverde vergunning of volgens de gegevens waarover het bestuur beschikt.
De controle wordt gedaan door de afgevaardigden van het gemeentebestuur.
De belasting blijft voor de volledige duur van de bezetting van het openbare domein ten laste van de vergunningshouder.
Art.5. Voor het innemen van een gedeelte van het openbare domein is steeds een belasting van €0,30 per volle m² en per dag verschuldigd met een minimum van €30. Bij het vaststellen van de belastbare oppervlakten komt minder dan een halve m² niet in aanmerking. Een halve m² en meer geldt voor een volle m².
Bij de berekening van de aldus verschuldigde belasting wordt elke uitsprong op de rooilijn voor ten minste één meter in aanmerking genomen.
Wanneer de bevoegde ambtenaar vaststelt dat men over geen vergunning beschikt of dat de toegestane termijn voor het bezetten van het openbaar domein is overschreden zonder dat de schriftelijke aanvraag tot verlenging werd ontvangen, worden de dagen zonder vergunning worden aangerekend aan 200 %.
Art.6. Zijn vrijgesteld van de belasting:
- de eerste kalenderdag van de inname.
- bij uitvoering van werken in opdracht of voor rekening van:
-voor evenementen en/of andere socio-culturele activiteiten georganiseerd met toelating van of kennisgeving aan het gemeentebestuur
- voor tijdelijke feestversieringen aangebracht aan de rooilijn en zonder hinder
- voor officiële markten georganiseerd door of met toelating van het gemeentebestuur
- voor het plaatsen van fietsenrekken voor publiek gebruik.
- voor het plaatsen van zomerterrassen (opgenomen in het politiereglement op het plaatsen van terrassen dd. 24 februari 2003).
Werken aan gebouwen die eigendom zijn van de gemeente en van het OCMW van Lichtervelde (inclusief de werken aan erkende kerken) en die uitgevoerd worden in opdracht en/of voor rekening van de gemeente of het OCMW Lichtervelde, zijn vrij van belasting.
Art.8. De belasting wordt contant ingevorderd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Er dient betaald te worden vóór de inname van het openbaar domein start, zo niet wordt de vergunning geweigerd. Er is een online betalingssysteem voorzien.
Bij gebrek aan betaling van overtredingen binnen de acht dagen, wordt de belasting ingevorderd bij middel van een kohier, overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Art.9. De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen, gebeurt volgens de bepalingen vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Het is nodig een evenwicht te behouden in de gemeentelijke ontvangsten en uitgaven, de opbrengst van deze belasting is daarom nodig voor het begrotingsevenwicht.
Het toenemend gebruik van de openbare weg voor publicitaire doeleinden betekent een grote last voor de gemeenschap.
Art.1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt, ten voordele van de gemeente een kohierbelasting gelegd op het gebruik van de openbare weg tot publicitaire commerciële doeleinden door middel van voertuigen en andere verplaatsbare vaste of rollende constructies waarop reclame voorkomt die geen betrekking heeft op de handel of de nijverheid van de vervoerder.
De belasting is in geen enkel geval toepasselijk op aanplakbrieven of reclameborden die in bijkomstige orde bevestigd zijn op voertuigen die voor andere doeleinden op de openbare weg rijden, zoals trams, autobussen, leveringsvoertuigen.
De belasting is niet van toepassing op de reclame die gevoerd wordt ter gelegenheid van openbare manifestaties, zoals wielerwedstrijden, wijkfeesten, en andere aangelegenheden waarvoor toestemming tot gebruik van het openbaar domein moet aangevraagd worden aan het College van Burgemeester en Schepenen.
Art.2. De belasting wordt op de volgende grondslag vastgesteld:
- publiciteit door middel van een voertuig en andere verplaatsbare vaste of rollende constructies: €40 per dag en per voertuig of constructie. Dit bedrag wordt verdubbeld indien de publiciteit gepaard gaat met muziekuitzendingen. Breuken van dagen worden als volledige dagen geteld.
Art.3. Elke persoon, belastbaar ingevolge de voorschriften van dit reglement, is ertoe gehouden, minstens 24 uur vooraf, bij het gemeentebestuur, daarvan aangifte te doen met aanduiding van alle gegevens die nodig zijn tot het vaststellen van het belastingsbedrag.
Art.4. Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het College aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Art.5. De overeenkomstig artikel 4 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Art.6. De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen, gebeurt volgens de bepalingen vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 40 § 3 van het decreet lokaal bestuur d.d. 22 december 2017.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, gepubliceerd in het B.S. van 4 juli 2008 en latere wijzigingen.
Omzendbrief d.d. 18 juli 2008 over het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, gepubliceerd in het B.S. van 4 juli 2008.
Omzendbrief betreffende de gemeentefiscaliteit KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019.
Besluit van de gemeenteraad van 25 oktober 2021 houdende goedkeuring van de bijzondere voorwaarden voor de plaatsing van terrassen op het openbaar domein ter aanvulling van het algemeen gemeentelijk politiereglement.
Het plaatsen van een terras op een parkeerplaats kan hinder in de gemeentekern met zich mee kan brengen.
De aanwezigheid van de terrassen kan aanleiding geven tot een grotere gemeentelijke zorg aangaande openbare orde, netheid, veiligheid en tot het benutten van de openbare ruimte.
Rekening houdende met het voorgaande is een diversifiëring van de tarieven naargelang de ligging van het terras gerechtvaardigd.
Het is billijk dat (rechts)personen die een toelating krijgen om een parkeerplaats privatief in gebruik te nemen hiervoor een bijdrage leveren via een belasting.
De plaatsing van een terras betekent een uitbreiding van een handelszaak en een vergroting van hun exploitatiemogelijkheden.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikel 1
Er wordt voor een termijn met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op de privatieve ingebruikneming van parkeerplaatsen op het openbaar domein door terrassen van horecazaken.
Artikel 2
De belasting is ondeelbaar en verschuldigd op basis van de inname zoals bepaald in de terrasvergunning, verleend conform het vermeld besluit op de terrassen van 25 oktober 2021.
Artikel 3
De belasting is verschuldigd door de vergunningsplichtige of uitbater van de horecazaak waar het terras werd geplaatst.
Artikel 4
De belasting wordt vastgesteld op:
1/ 100 euro per ingenomen parkeerplaats (doorlopende inname van 1 maart tot 31 oktober)
2/ 60 euro per ingenomen parkeerplaats (onderbroken inname van 1 maart tot 31 oktober)
De onderbreking tussen twee innames moet langer zijn dan 4 dagen.
De verplichte wegname tijdens de Margarethakermis, Folklorefeesten of andere festiviteiten wordt niet beschouwd als een onderbreking van de inname.
Artikel 5
De overnemer van een bestaande exploitatie met vergund terras is vrijgesteld van de belasting in het jaar van de overname.
Artikel 6
De belastingplichtige moet ten laatste voor 15 februari van het aanslagjaar aangifte doen door middel van het bekomen van een terrasvergunning zoals bepaald in het vermelde politiereglement betreffende het plaatsen van terrassen op het openbaar domein.
De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en de belastbare toestand ongewijzigd is gebleven.
Artikel 7
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bij niet-betaling wordt deze ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 9
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de
aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 10
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de helft van de verschuldigde belasting.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 11
Wanneer een horecazaak in de onmogelijkheid verkeert zijn terras uit te baten omwille van wegeniswerken aan het openbaar domein voor zijn zaak, wordt een belastingvermindering toegestaan in verhouding tot het aantal dagen, weken of maanden dat het terras niet beschikbaar was.
Artikel 12
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Het reglement ambulante handel van de gemeenteraad van 27 mei 2024.
Het innemen van een gedeelte van het openbaar domein voor de uitoefening van ambulante handel of de plaatsing van een marktkraam kan niet kosteloos gebeuren. Er is een vergoeding verschuldigd voor het tijdelijk privaat en commercieel gebruik van de openbare ruimte. Bovendien zet het gemeentebestuur bijkomend in op de promotie van de lokale markt.
Deze belasting verlicht de financiële lasten van de gemeente.
Art.1. Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt ten behoeve van de gemeente een contante belasting geheven ten laste van de natuurlijke- of rechtspersonen die kramen of ermee gelijkgestelde voertuigen plaatsen op de wekelijkse markt om er hun handelsactiviteit uit te oefenen en voor zij die toegelaten ambulante activiteiten op de openbare weg uitoefenen.
Art.2. Het dagelijks belastingtarief op de wekelijkse markt is voor de houders van een abonnement €0,62 per strekkende meter van het kraam of ermee gelijkgesteld voertuig met een maximumdiepte van 3m. Voor niet-abonnement houders is dit €0,75. Dezelfde tarieven gelden voor zij die toegelaten ambulante activiteiten op de openbare weg uitoefenen.
Art.3. De invordering van deze belasting zal verzekerd worden door de financieel directeur of door de marktleider. Bij contante betaling zal een betalingsbewijs aan belanghebbende worden afgeleverd. Wanneer de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting ingekohierd en wordt ze een kohierbelasting.
Art.4. De belasting wordt geïnd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
Art.5. Deze beslissing wordt bekend gemaakt conform het decreet lokaal bestuur.
Provinciale stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, gepubliceerd in het BS op 19 januari 2007, en gewijzigd bij latere data, is onverminderd van toepassing.
Artikel 40 § 3 van het decreet lokaal bestuur d.d. 22 december 2017.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, gepubliceerd in het B.S. van 4 juli 2008 en latere wijzigingen.
Omzendbrief d.d. 18 juli 2008 over het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, gepubliceerd in het B.S. van 4 juli 2008.
Omzendbrief betreffende de gemeentefiscaliteit KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019.
Het budget van de gemeente kan niet sluitend gemaakt worden zonder het inschrijven van eigen gemeentelijke belastingen.
Er wordt vastgesteld dat:
1. er een steeds grotere behoefte is aan parkeergelegenheid, fietsstalplaatsen en groen enerzijds veroorzaakt door het steeds verhogen van de densiteit aan activiteiten en de woondichtheden, en anderzijds door het feit dat mensen, veel meer dan vroeger, elk over een eigen wagen beschikken
2. het bouwen of verbouwen van gebouwen zonder voldoende parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen voor bewoners en bezoekers en een gebrek aan groen een last meebrengt voor de gemeenschap in de zin van bijkomende parkeerdruk op het openbaar domein en druk op het openbaar groen.
3. deze last dient te worden vermeden door de bouwheren aan te moedigen op het betreffende terrein voldoende capaciteit en groen te voorzien om de eigen behoefte op te vangen
4. dit mogelijk is door het invoeren van een belasting op het aantal autoparkeerplaatsen fietsstalplaatsen en groennorm dat volgens de geldende stedenbouwkundige verordening ontbreekt
5. de opbrengsten van dergelijke belasting het gemeentebestuur toelaten tegemoet te komen aan de behoefte om bijkomende openbare parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen te realiseren.
Artikel 1
Er wordt voor een termijn met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op het ontbreken van de nodige parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen, die verplicht aan te leggen zijn op het betreffende bouwterrein waarop gebouwd of verbouwd wordt, volgens de normen bepaald in de stedenbouwkundige verordening m.b.t. parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen.
Artikel 2
De bepalingen in dit reglement zijn van toepassing op alle aanvragen van een omgevingsvergunning op het grondgebied van de gemeente Lichtervelde, vanaf de dag van de inwerkingtreding van dit reglement en op alle wijzigingen van het aantal parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen zonder omgevingsvergunning die vanaf de datum van inwerkingtreding van dit reglement worden doorgevoerd.
Artikel 3
De belasting is verschuldigd door:
1. De houder van een omgevingsvergunning, die één of meer in de vergunning begrepen parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen niet heeft aangelegd.
2. De actuele titularis van een zakelijk recht inzake een parkeerplaats, fietsstalplaats en groen die nalaat om binnen de 12 maanden nadat hij door het gemeentebestuur bij aangetekend schrijven werd verwittigd van het verwijderen van een parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen of van een functiewijziging die werd aangebracht aan zijn onroerend goed, deze verwijdering of functiewijziging ongedaan te maken.
3. De actuele titularis van een zakelijk recht die een verbouwing doorvoert zonder omgevingsvergunning, en waardoor niet meer voldaan wordt aan de stedenbouwkundige verordening m.b.t. parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen.
De bepalingen van artikel 3 opsomming 2 en 3 gelden met dien verstande dat ook andere parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen, die tot stand gekomen zijn vóór de inwerkingtreding van dit reglement, als parkeerplaats, fietsstalplaats worden beschouwd, zelfs als zij niet voldoen aan afmetingen, bepaald in de stedenbouwkundige verordening m.b.t. parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen en groen.
Indien een bestaande andere functie in het gebouw wordt omgevormd tot parkeerplaats voor auto’s of fietsstalplaats, kan dit geen recht doen ontstaan op terugvordering van een betaalde belasting.
De belasting is verschuldigd op volgend tijdstip:
- Ingeval van artikel 3 opsomming 1: de dag na het verstrijken van 5 jaar van het definitief verkrijgen van de omgevingsvergunning of bij het melden van het einde van de werken aan het college van burgemeester en schepenen indien deze melding vóór het verstrijken van de termijn van 5 jaar na de aflevering van de omgevingsvergunning valt
- In geval van artikel 3 opsomming 2: op de dag na het verstrijken van een termijn van 12 maanden vanaf het aangetekende schrijven, bedoeld in artikel 4 § 4 met melding van de vaststelling van het belastbaar feit door het gemeentebestuur.
- In geval van artikel 3 opsomming 3: op de dag van het aangetekende schrijven met melding van de vaststelling van het belastbaar feit door het gemeentebestuur.
Artikel 4
De belasting wordt vastgesteld op:
1/ €10.000 per ontbrekende autoparkeerplaats of niet behouden autoparkeerplaats
2/ €1.000 per ontbrekende fietsenparkeerplaats of niet behouden fietsenparkeerplaats
3/ €150 per ontbrekende of niet behouden m² groen voor projecten tot en met 10 wooneenheden
€200 per ontbrekende of niet behouden m² groen voor projecten van 11 tot en met 20 wooneenheden
€300 per ontbrekende of niet behouden m² groen voor projecten van meer dan 20 wooneenheden
Artikel 5
De belastingschuld vervalt wanneer de belastingschuldige uitdrukkelijk verzaakt aan de verkregen omgevingsvergunning, onder volgende voorwaarden:
a) de verzaking moet op uitdrukkelijke en ondubbelzinnige wijze gebeuren (m.a.w. betrokkene moet schriftelijk te kennen geven dat hij verzaakt aan het recht om de vergunde werken uit te voeren, en zodat een toekomstige uitvoering dus uitgesloten wordt)
b) de verzaking kan slechts gebeuren als de vergunde werken helemaal niet zijn opgestart
c) de verzaking is alleen geldig als de overheid die de vergunning verleende de verzaking aanvaardt
d) de verzaking wordt als nietig beschouwd indien achteraf blijkt dat de uitvoering van de vergunde werken toch wordt opgestart.
Artikel 6
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bij niet-betaling wordt deze ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 8
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 9
De belastingsschuldige kan schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen vragen om teruggave van de gekweten belasting. Dit kan maar indien de omgevingsvergunning waaruit de belastingsschuld is ontstaan, in toepassing van art. 4.6.2. § 1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, van rechtswege vervallen is en de vergunde handelingen niet binnen de decretaal bepaalde termijn werden opgestart. De belastingsschuldige dient daarvoor een schriftelijke verklaring af te leggen, welke het voorwerp zal uitmaken van een onderzoek, vooraleer de belastingschuld wordt terugbetaald.
Artikel 10
Deze belasting treedt in werking op 1 januari 2021.
Dit besluit wordt bekendgemaakt aan de bevolking en de toezichthoudende overheid volgens artikel 285 § 1, 286 § 1, 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 11
Afschrift uit dit besluit wordt bezorgd aan de Vlaamse overheid – Agentschap Binnenlands Bestuur afdeling West-Vlaanderen: via digitaal loket.
Artikel 12
Het belastingsreglement dd. 16 december 2019 op het ontbreken van parkeerplaatsen wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van huidig reglement.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
In navolging van het nieuwe beleidsplan van Intercommunale MIROM waarbij de gemeenten zich geëngageerd hebben om de belastingen op het huisvuil op elkaar af te stemmen zodat de huisvuilzakken in het ganse gebied van de Intercommunale gebruikt kunnen worden, moet een eenvormig tarief vastgesteld worden voor de recipiënten van de ophaling.
De kosten van inzameling en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën en kunnen verhaald worden op de aanbieders via een gedifferentieerde retributie. Het principe 'de vervuiler betaalt' wordt daardoor toegepast. Er wordt prioriteit verleend aan afvalvoorkoming en slechts in tweede instantie aan hergebruik en pas in laatste instantie aan recyclage van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen.
De gemeentelijke inkomsten en uitgaven moeten in evenwicht zijn.
Art.1.§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie geheven voor het afleveren van huisvuilzakken die verplicht moeten gebruikt worden door de bevolking.
§2. De retributie voor de witte huisvuilzakken is vastgesteld op €2,8 per huisvuilzak van 60 liter en €1,40 per zak van 30 liter. De retributie voor een recipiënt van 60 liter van het afzonderlijk ingezameld KMO afval zoals omschreven in het desbetreffende politiereglement, bedraagt eveneens €2,8. De recipiënten kunnen slechts aangekocht worden per hoeveelheid van 10 stuks of een veelvoud ervan. De retributie voor een sticker voor toeslag bedraagt €1,1 of 2x €0,55.
Art.2.§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie geheven voor het afleveren van P.M.D.-zakken die verplicht moeten gebruikt worden door de bevolking.
§2. De retributie is vastgesteld op €0,15 per P.M.D.-zak van 60 liter. Deze kunnen slechts aangekocht worden per hoeveelheid van 20 stuks of een veelvoud ervan. De retributie is vastgesteld op €0,25 per P.M.D.-zak van 120 liter. Deze kunnen slechts aangekocht worden per hoeveelheid van 10 stuks.
Art.3. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie geheven voor het ophalen van groenafval op aanvraag:
| Groenafval max. 7m³ | €100 |
| Groenafval extra m³ | €15 |
| Groenafval (verloren rit) | €140 |
Art.4. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie geheven voor het ophalen van grof huisvuil volgens de tabel die jaarlijks aangepast wordt door de algemene vergadering van de opdrachthoudende vereniging Mirom (steeds terug te vinden op www.mirom.be). De kostprijs is afhankelijk van het afval dat je aanbiedt. Per ophaalbeurt wordt er een administratieve kost van 6,50 euro aangerekend. Elektrische toestellen en matrassen worden gratis opgehaald mits het betalen van de administratiekost en het aanbieden van minstens 3 euro betalend afval. Een gezin kan maximaal voor 180 euro per jaar van deze dienst gebruikmaken.
Art.5. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie geheven voor het afleveren van recipiënten voor de inzameling van asbest die verplicht moeten gebruikt worden door de bevolking:
Inzameling asbest aan huis in containers (tot 2 stuks): 170,00 EUR/container
lnzameling asbest aan huis in platenzak (eerste): 30,00 EUR/zak
lnzameling asbest aan huis in platenzak (tweede tot zesde): 20,00 EUR/zak
PBM's (persoonlijke beschermingsmiddelen) : bij elke aanvraag zijn 2 sets gratis inbegrepen. Een extra set kan worden aangekocht voor 10,00 EUR/set.
Art.6. In geval van niet betaling in der minne, wordt de retributie burgerlijk ingevorderd.
Wet van 7 februari 1831, gecoördineerde grondwet van België
Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992 en bekrachtigd bij wet van 12 juni 1992, meer bepaald artikelen 464 tot en met 470/2.
Koninklijk besluit van 27 augustus 1993, tot uitvoering van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Wet van 19 april 2014, met wijziging wetboek van inkomstenbelastingen 1992, wijziging van artikel 464 en invoeging van artikel 464/1.
Decreet van 30 mei 2008, gewijzigd op 28 mei 2010 en 17 februari 2012, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Decreet van 22 december 2017, decreet lokaal bestuur.
Omzendbrief van 15 februari 2019, koninklijk besluit ABB 2019/2 met onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
De tarieven zijn gemeenschappelijk voor alle Mirom gemeenten.
Art.1. Het retributiereglement op het gebruik van het recyclagepark, en het verkopen van materiaal wordt als volgt vastgesteld :
Artikel 1
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen afvalstoffen die steeds gratis zijn, betalende afvalstoffen met vrijstelling en betalende afvalstoffen zonder vrijstelling
Artikel 1.1 Volgende afvalstoffen zijn steeds gratis (groene groep) :
| Gratis groene fracties : | |
| AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparaten) | gratis |
| Elektrische kabels | gratis |
| Frituurvet en -olie | gratis |
| Hol glas (bokalen, flessen) | gratis |
| KGA (batterijen, motorolie, gevaarlijke producten…) | gratis |
| Klein herbruikbare goederen (De Kringwinkel) | gratis |
| Kurken | gratis |
| Metalen | gratis |
| Papier en Karton | gratis |
| PMD (verplicht in PMD-zak) | gratis |
| Textiel | gratis |
| TL-lamp | gratis |
| Matrassen | gratis |
Artikel 1.2 Volgende afvalstoffen zijn betalend maar met vrijstelling (oranje groep) :
| eerste 1000 kg gratis; 1000 tot 2000 kg à 35 EUR/ton; vanaf 2000 kg tarief volgens afvalsoort : | ||
| Aarde | € 50,00 | ton |
| Asbestcement | € 265,00 | ton |
| Asbestzak klein | € 1,50 | zak |
| Asbestzak groot | € 2,50 | zak |
| Gipsafval | € 145,00 | ton |
| Harde plastics / PVC | € 415,00 | ton |
| Houtafval | € 75,00 | ton |
| Niet recycleerbaar afval (let wel: geen aarde) | € 130,00 | ton |
| Piepschuim los | € 35,00 | ton |
| Piepschuim in 1500l-zakken | € 1,00 | zak |
| Steenpuin | € 35,00 | ton |
| Tuinafval | € 50,00 | ton |
| Zuiver vlak glas (vensterglas) | € 55,00 | ton |
Artikel 1.3 Volgende afvalstoffen zijn betalend zonder vrijstelling (rode groep) : Bedrag retributie Brandbaar grofvuil (particulieren
| Brandbaar grof vuil geleverd op recyclagepark - particulieren |
€360,00 |
ton |
Artikel 1.4 Kostprijs badge : € 10,00/kaart. Indien tijdens de duurtijd van dit retributiereglement een reeds verkregen badge, die voor het DIFTAR-systeem werd toegepast, ingeleverd wordt zal geen vergoeding gevraagd worden voor de eerste badge
Artikel 1.5
Volgende afvalstoffen zijn betalend zonder vrijstelling door badgegebruikers zonder vrijstelling
| Diftar Recyclagepark Badgegebruiker | Prijs 2025 | Vanaf eerste kg |
| Badges | € 10,00 | stuk |
| AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparaten) | gratis | |
| Elektrische kabels | gratis | |
| Hol glas (bokalen, flessen) | gratis | |
| KGA (batterijen, motorolie, gevaarlijke producten…) | niet aanvaard | |
| Kurken | gratis | |
| Metalen | gratis | |
| Papier en Karton | gratis | |
| PMD (verplicht in PMD-zak) | gratis | |
| Textiel | gratis | |
| Aarde | € 50,00 | ton |
| Asbestcement | € 200,00 | ton |
| Gipsafval | ||
| € 145,00 | ton | |
| Harde plastics / PVC | € 270,00 | ton |
| Houtafval | € 75,00 | ton |
| Niet recycleerbaar afval (let wel: geen aarde) | € 130,00 | ton |
| Piepschuim los | € 135,00 | ton |
| Steenpuin | ||
| € 25,00 | ton | |
| Tuinafval | € 50,00 | ton |
| Zuiver vlak glas (vensterglas) | € 55,00 | ton |
| Brandbaar grof vuil geleverd op diftarpark badgebruikers | € 215,00 | ton |
Artikel 2
Er geldt een vrijstelling, voor de aanvoer van afvalstoffen uit de oranje groep, ten belope van 1.000 kg/gezin/jaar en voor erkende jeugdverenigingen, ten belope van 1.000 kg/vereniging/jaar. Eens de vrijstelling is opgebruikt kan er nog eens 1.000 kg/gezin/jaar aangebracht worden tegen een basistarief van € 25/ton. Eens dit is opgebruikt dienen de aangevoerde afvalstoffen betaald te worden aan de tariefprijs, zoals vastgelegd in artikel 1.
Artikel 2.1 De vrijstelling is enkel van toepassing voor volgende categorieën :
- reglementair ingeschreven inwoners uit de gemeente;
- reglementair ingeschreven vreemdelingen;
- derden die aanvoeren voor een producent die inwoner is in de gemeente (vrijstelling in functie van saldo van producent);
- nabestaanden overledenen (vrijstelling in functie van saldo overledene);
- erkende jeugdverenigingen.
Artikel 2.2 De vrijstelling geldt niet voor : - toekomstige inwoners zoals (ver)bouwers, aankopers van een huis, huurders; - eigenaars terreinen, niet in de gemeente wonend; - eigenaars / bewoners 2de verblijven; - zelfstandigen, KMO’s; - scholen; - verenigingen (met uitzondering van erkende jeugdverenigingen); - OCMW’s; - rusthuizen, gemeenschappen.
Artikel 2.3 De vrijstelling geldt per gezin. De leden van het gezin zijn de natuurlijke personen die een zelfde referentiepersoon hebben in het rijksregister. Artikel 2.4 De vrijstelling geldt voor het lopende kalenderjaar en kan niet worden overgedragen naar het volgende jaar.
Artikel 2.5 Bij wijziging van de gezinssamenstelling blijft de vrijstelling toegewezen aan de referentiepersoon. Nieuwe referentiepersonen krijgen een vrijstelling pro rata het resterende jaar (naar boven afgerond op twaalfden).
Artikel 3
Op het recyclagepark wordt gewicht-diftar toegepast.
Artikel 3.1 Bij elke weegcyclus wordt er een minimum netto-gewicht van 5 kg in rekening gebracht.
Artikel 3.2 De afvalstoffen worden gewogen op een geijkte weegbrug, waarvan het weegresultaat niet kan worden betwist. De weegbrug heeft een nauwkeurigheid van 5 kg voor het weegbereik tot 15.000 kg en 10 kg voor het weegbereik vanaf 15.000 kg tot 30.000 kg.
Artikel 3.3 Bij het overschrijden van de tweede vrijstelling wordt de aanvoer volledig verrekend aan het basistarief.
Artikel 3.4 De totaal te betalen retributie wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 eurocent.
Artikel 3.5 Het bedrag wordt ter plaatse betaald aan de betaalzuil. Dit kan met betaalkaart of met munten. De betaalautomaat geeft geen geld terug. Het saldo wordt bijgehouden op rekening van de aanvoerder. Bij een volgende betaling wordt het saldo in mindering gebracht.
Artikel 3.6 De gemeente betaalt het saldo op eenvoudig verzoek terug ingeval de referentiepersoon niet langer ingeschreven is in de gemeente.
Artikel 3.7 In het geval dat de bezoeker in de onmogelijkheid verkeert onmiddellijk te betalen, wordt de toegang tot het park ontzegd aan de leden van het gezin van de desbetreffende bezoeker tot na ontvangst van de betaling. Het openstaand saldo dient vereffend te worden aan de betaalzuil binnen de 14 kalenderdagen. Bij niet betaling binnen de 14 dagen, volgt er een aanmaning. Na 1 maand volgt een 2de aanmaning en worden er € 10 administratiekosten aangerekend. Indien nog niet betaald wordt start de gemeente de administratieve invordering.
Artikel 3.8 Bij overlijden van een referentiepersoon, hebben de nabestaanden recht om het recyclagepark te gebruiken (mits aankoop badge) en dit met overname van de eventuele vrijstellingen en saldo’s.
Artikel 3.9 Indien door een defect aan de DIFTAR-toestellen de weging of betaling niet kan afgewerkt worden, zal in de mate van het mogelijke de schuld worden bijgehouden zodat het bij een volgend bezoek kan verrekend worden. Indien de schuld niet kan bepaald worden, worden de betrokken bezoekers vrijgesteld van betaling. Voor de aanvoerders van vergelijkbaar bedrijfsafval zal de parkwachter een zo goed mogelijke schatting maken van de gewichten, zodat deze nog kunnen verrekend worden. Artikel
3.10 Bij defecten aan de DIFTAR-toestellen waarbij de weeggegevens niet meer correct kunnen geregistreerd worden, wordt geen verdere aanvoer van vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen meer toegelaten.
Artikel 4
Artikel 4.1: Op het recyclagepark worden compostartikelen aangeboden tegen kostende prijs ter promotie van thuis composteren binnen de beschikbaarheid op het park. Het materiaal dat wordt aangeboden en de te heffen retributie per artikel is :
| Composteren |
Prijs 2026-2031 |
|
| Compostvat (wordt samen met beluchtingsstok verkocht à €33) |
€26,00 |
stuk |
| Beluchtingsstok |
€7,00 |
stuk |
| Deksel compostvat |
€9,00 |
stuk |
| Bodemplaat compostvat |
€7,50 |
stuk |
| Schuif compostvat |
€6,00 |
stuk |
| Lichaam voor compostvat (zonder bodemplaat) |
€18,75 |
stuk |
| Keukenemmer |
€6,00 |
stuk |
| Compostbak basismodule |
€85,00 |
stuk |
| Compostbak uitbreidingsmodule |
€60,00 |
stuk |
| Compostbak wisselstuk HH100 |
€10,00 |
stuk |
| Compostbak wisselstuk HP 100 |
€5,00 |
stuk |
| compostbak wisselstuk HP 120 |
€6,00 |
stuk |
| Compostbak wisselstuk E 120 |
€4,00 |
stuk |
| Compostbak wisselstuk : H-afstandshouder |
€1,50 |
stuk |
Artikel 4.2 : Op het recyclagepark kunnen asbestzakken & set PBM’s aangekocht worden :
| Asbestzak groot |
€2,50 |
stuk |
| Asbestzak klein |
€1,50 |
stuk |
| set PBM's (overal, handschoenen, masker) |
€10 |
set |
Artikel 4.3 : Op het recyclagepark kunnen afvalzakken aangekocht worden :
| RAZ 60 liter |
€2,80 |
stuk |
| RAZ 30 liter |
€ 1,40 |
stuk |
| PMD-zak 60 liter |
€ 0,15 |
stuk |
| PMD-zak 120 liter |
€ 0,25 |
stuk |
Artikel 5. Dit retributiereglement wordt van kracht op 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 6. Deze beslissing wordt bekend gemaakt en gepubliceerd overeenkomstig artikel 286 e.v. van het Decreet over het Lokaal Bestuur. Overeenkomstig artikel 330 van dit decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van deze bekendmaking.
Decreet Lokaal Bestuur, o.a. artikel 40 en 332.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Het gemeentelijk reglement betreffende de huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2006.
Artikel 16.6.3, §2 Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM).
Artikel 12, §1 Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet).
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019.
Er moet rekening gehouden worden met de financiële toestand van de gemeente.
Art.1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting gevestigd op het ambtshalve opruimen van sluikstorten door of in opdracht van de gemeente. De belasting op het ambtshalve opruimen van sluikstorten door of in opdracht van de gemeente is ten laste van de in artikel 2 vermelde personen.
Art.2. De belasting is verschuldigd door iedere persoon die afvalstoffen achterlaat, opslaat of stort op openbare en private wegen, plaatsen en terreinen, met inbegrip van het recyclagepark, op een wijze die niet overeenstemt met het Materialendecreet en het Vlarema, de gemeentelijke politieverordening betreffende het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en andere wettelijke bepalingen. De belasting is ook verschuldigd voor het storten van afvalstoffen op niet-reglementaire tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten.
Wat de hondenpoep betreft, is de belasting verschuldigd door de begeleider of diegene die voor hem/haar verantwoordelijk is.
De overtredingen worden vastgesteld d.m.v. een proces-verbaal of een verklaring van de omgevingsambtenaar.
Art.3.§1. Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door de gemeente wordt het bedrag van deze belasting als volgt vastgesteld:
- €0,75 euro per kilometer transport van de afvalstoffen;
- €50 per arbeidsuur en per arbeider die door de gemeente bij het opruimen van het sluikstorten wordt ingezet;
- €40 per uur en per ingezet voertuig (vrachtwagen, kraan, …);
- €0,15 per kg opgeruimde afvalstoffen, met uitzondering van KGA, voertuigbanden en andere afvalstoffen met een grotere recyclagekost waarvoor de kosten integraal worden doorgerekend.
§2. In ieder geval bedraagt de belasting niet minder dan €125 voor het ophalen en verwijderen van klein afval, waaronder begrepen wordt: hondenpoep, blikken, flessen, papier, kleine verpakkingen, vuilniszakken, kartonnen dozen van minder dan 1m³. Voor grotere hoeveelheden is deze belasting minstens €250.
§3. Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door derden in opdracht van de gemeente wordt het factuurbedrag van deze derde (inclusief de verwerkingskost), vermeerderd met een administratieve kost van 75 euro, doorgerekend aan de in artikel 2 vermelde belastingplichtige.
Art.4. De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebrek aan contante betaling, wordt de belasting een kohierbelasting.
Art.5. De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen, gebeurt volgens de bepalingen vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, o.a. artikel 40.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De opgravingen op de gemeentelijke begraafplaats zijn een zware last voor de gemeente, het is dan ook billijk om van de belanghebbenden hiervoor een belasting te vorderen.
Art.1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten bate van de gemeente een belasting geheven op de ontgravingen op de gemeentelijke begraafplaats van lijken en op het openen en sluiten van grafkelders, urnenkelders en geconcedeerde nissen. De belasting wordt vastgesteld op:
- €200 per opgraving van een gecremeerd lichaam
- €500 per opgraving van een niet-gecremeerd lichaam
Voor het opgraven van lijken en voor het openen en sluiten van grafkelders, urnenkelders en geconcedeerde nissen op de gemeentelijke begraafplaats dient de tussenkomst van een erkende gespecialiseerde of particuliere onderneming door de aanvrager te worden voorzien.
De belasting is verschuldigd door degene die de machtiging tot ontgraving (of tot overbrenging van een urne) vraagt.
De belasting is niet verschuldigd voor:
Art.2. Vooraleer de ontgraving plaats heeft wordt de betaling contant ingevorderd tegen afgifte van een kwitantie. Bij gebrek aan onmiddellijke betaling wordt de belasting ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Het voltrekken van huwelijken brengt een extra kost met zich mee.
Er moet ook rekening gehouden worden met de financiële toestand van de gemeente.
Art.1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een retributie geheven voor het voltrekken van een wettelijk burgerlijk huwelijk. Buiten de normale werkdagen, d.w.z. op zaterdag wordt extra gerekend. Er worden geen huwelijken georganiseerd op zon- en feestdagen.
Art.2. De retributie wordt vastgesteld op een bedrag van €25 voor huwelijken op een werkdag en €50 op een zaterdag.
Art.3. De retributie is in handen van de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde, contant te betalen tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebrek aan betaling wordt deze ingevorderd overeenkomstig artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
We moeten rekening houden met de financiële toestand van de gemeente.
Art.1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op aanplakborden en lichtreclames geplaatst op het grondgebied van de gemeente langs de openbare weg of op een open plaats in de open lucht, zichtbaar vanaf de openbare weg en bestemd voor het voeren van reclame op enigerlei wijze.
Wordt onder aanplakbord verstaan: iedere constructie, ongeacht uit welk materiaal deze vervaardigd is, opgericht voor het aanbrengen van reclame, hetzij door beplakking of vasthechting op een andere wijze, hetzij door beschildering, met inbegrip van muren of gedeelten van muren en de omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om er reclame op aan te brengen, met een minimum oppervlakte van één m². Voor de muren of gedeelten van muren waarop reclame wordt aangebracht moet de bedekte totale oppervlakte worden beschouwd als één bord, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.
Wordt onder "lichtreclame" verstaan: elke constructie in onverschillig welk materiaal, bestemd voor het voeren van lichtgevende en verlichte reclame en het vertonen van reclame in lichtbeelden en die niet ressorteert onder de definitie van "aanplakbord", met een minimum oppervlakte van één m².
Art.2. Wordt als belastingplichtige aangesproken: de natuurlijke of de rechtspersoon, die de beschikking (vrij gebruik) heeft over het aanplakbord: is deze niet bekend, de eigenaar van de grond waarop het bord is geplaatst of de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop de reclame is aangebracht.
Art.3. Het jaarlijkse bedrag van de belasting wordt bepaald per bord en vastgesteld op €40 per m². De gedeelten van m² worden proportioneel tegen dezelfde aanslagvoet belast.
Voor een bord wordt als belastbare oppervlakte, de nuttige oppervlakte in aanmerking genomen, zijnde de oppervlakte die voor aanplakking kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting.
Voor muren en afsluitingen beperkt de belastbare oppervlakte zich tot het beschilderde of beplakte gedeelte ervan, of tot de oppervlakte die bekomen wordt door een rechthoek gevormd door de uiterste punten.
Voor constructies waarvan twee of meerdere zijden zichtbaar zijn, dient de oppervlakte van deze zijden samengeteld.
Art.4. De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar, ongeacht het tijdstip in de loop van het begrotingsjaar waarop het betrokken bord wordt geplaatst, met uitzondering van hetgeen is bepaald in het navolgend artikel 5.
Art.5. De belasting is niet verschuldigd voor lichtreclames of borden die:
a) worden geplaatst na 1 december van het begrotingsjaar.
b) uitsluitend voorbehouden zijn voor een openbare dienst of voor een werk of organisme zonder winstoogmerk van menslievende, artistieke, letterkundige, wetenschappelijke aard of van openbaar nut;
c) bestemd zijn voor het aanbrengen van aanplakkingen, die onderworpen zijn aan de gemeentelijke aanplakkingsrechten;
d) alhoewel zichtbaar vanop de openbare weg, geplaatst op sportterreinen, en gericht naar de plaats van de sportbeoefening;
e) uitsluitend gebruikt worden op een bepaalde plaats om aan het publiek de handel of de nijverheid te doen kennen die daar uitgebaat wordt, de merken van de producten die daar verkocht of vervaardigd worden, het beroep dat er uitgeoefend wordt en, in het algemeen, de activiteiten die er plaats hebben;
f) geplaatst door of in samenwerking met de gemeente;
g) occasioneel geplaatst langs de openbare weg;
h) enkel en alleen worden gebruikt ter gelegenheid van wettelijk voorziene verkiezingen.
Art.6. De telling van de belastbare elementen wordt gedaan door de beambten van het gemeentebestuur. Elke afschaffing of wijziging van de belastbare installaties moet door de eigenaar of de houder van het bord binnen de vijftien dagen aan het gemeentebestuur betekend worden.
De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 30 november van het aanslagjaar een schriftelijke aangifte indienen voorzien van de noodzakelijke bewijsstukken, bij het gemeentebestuur (Dienst Financiën – marktplaats 2 te Lichtervelde). Dit gebeurt op een door het gemeentebestuur voorgeschreven formulier. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier gekregen heeft, moet spontaan dit formulier vragen aan de bevoegde administratie (Dienst Financiën, Marktplaats 2 te Lichtervelde).
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte is laattijdig wanneer ze na de uiterste indieningsdatum is gepost of wanneer ze na de laatste nuttige dag wordt afgegeven tegen ontvangstbewijs.
De administratie kan aan de belastingplichtige een “voorstel van aangifte” bezorgen. De titel van dit document omschrijft duidelijk dat het om een “voorstel van aangifte” gaat. Als de gegevens op dit “voorstel van aangifte” onjuist of onvolledig zijn, moet de belastingplichtige ten laatste op 30 november van het aanslagjaar dit “voorstel van aangifte” verbeterd, vervolledigd en ondertekend terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel tot aangifte, geldt in dat geval als aangifte.
Als de gegevens op dit “voorstel van aangifte” correct zijn, is de belastingplichtige niet verplicht dit formulier tegen 30 november terug te sturen. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het toegestuurde “voorstel van aangifte”.
Art.7. De belasting wordt ingekohierd op naam van de natuurlijke of rechtspersoon die de beschikking heeft over het aanplakbord. In geval de belasting dient ingevorderd te worden ten overstaan van de eigenaar van de grond waarop het bord is geplaatst of van de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop de reclame is aangebracht, kan dit gebeuren krachtens hetzelfde kohier, mits aflevering van een nieuw aanslagbiljet op naam van de persoon die verantwoordelijk kan worden gesteld voor de betaling van de belasting.
Art.8. Bij gebreke van een aangifte binnen de gestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige, of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd brengt het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat daartoe is aangesteld de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijn verstreken is, behoudens als de rechten van de gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen.
Ambtshalve belastingen kunnen geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Die termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
Art.9. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Art.10. De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Art.11. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Decreet lokaal bestuur
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De financiële toestand van de gemeente.
Het positief advies van het Lokaal Economisch Forum dd. 14 september 2010.
Nachtwinkels zijn op het vlak van handhaving van de openbare orde en de openbare netheid, door hun aard en tijdstip van hun activiteiten, meer dan andere types van handelzaken een extra belasting voor veiligheids- en andere gemeentelijke openbare diensten. Een teveel aan nachtwinkels schaadt de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van het winkelapparaat. Deze neerwaartse evolutie moet door gerichte acties worden tegengehouden zodat een verscheiden en kwaliteitsvol aanbod aan handelzaken kan blijven bestaan. Het is billijk hiervoor een specifieke belasting te heffen.
Art.1. Voor de toepassing van het reglement, moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 18.00 uur en 7.00 uur open is, zoals bedoeld in de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit die wet door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.
Art.2. Met ingang van 1 januari 2026 wordt er voor een termijn van 6 jaar zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting geheven op nachtwinkels gelegen op het grondgebied van Lichtervelde.
Art.3. Nachtwinkels gelegen op het grondgebied Lichtervelde die hun activiteit startten vóór goedkeuring van dit reglement zijn vrijgesteld van de openingsbelasting.
Art.4. De openingsbelasting is een éénmalige belasting vastgesteld op €6.000 en verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel zoals gedefinieerd in artikel 1 van dit reglement. Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.
De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is vastgesteld op € 1.500 per nachtwinkel.
De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het jaar van inkohiering van de openingsbelasting, of bij gebreke hiervan vanaf de inwerkingtreding van huidig belastingreglement. Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvang- of de stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar is.
Art.5. De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel. Hieronder wordt verstaan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van de handelszaak en voor wiens rekening en risico de instelling wordt uitgebaat. De eigenaar van het pand of van het deel waar de nachtwinkel gevestigd is, is solidair verantwoordelijk voor de betaling van de belasting.
Art.6. De belastingplichtige is ertoe gehouden voorafgaandelijk aan elke economische activiteit aangifte hiervan te doen bij het gemeentebestuur. Hij moet hiertoe alle nodige documenten en vergunningen voorleggen op eerste verzoek van het gemeentebestuur.
Art.7. Elke wijziging of stopzetting van een economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.
Art.8. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen.
Art.9. De invordering van deze belasting geschiedt verder overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 173 van de Grondwet.
De wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid.
De wet van 20 juli 2005 tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
Het decreet van 16 mei 2008 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.
Het decreet van 9 juli 2010 houdende de invordering van parkeerheffingen door parkeerbedrijven, waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.
Het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, beter gekend als de wegcode.
Het Ministerieel Besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Voor het handhaven van de parkeerregeling is een retributie vereist.
De financiële toestand van de gemeente.
Art.1. Voor een termijn van zes jaar, ingaand op1 januari 2026 wordt een gemeentelijke retributie gevestigd voor het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg waar een blauwe zone-reglementering van toepassing is.
Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.
Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaatsen verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4, § 1, 2e lid, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.
Onder voertuigen verstaat men motorvoertuigen, aanhangwagens en hun onderdelen.
Art.2. De parkeerretributie in de blauwe zone is verschuldigd door de houder van de nummerplaat van het voertuig.
Tarieven / wijze van betaling
Art.3. De retributie voor parkeren in een blauwe zone wordt als volgt vastgesteld:
- gratis voor de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden,
- een forfaitair tarief van 25 EUR per dag voor elke periode die langer is dan deze die gratis is.
De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen van de parkeerschijf achter de voorruit, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig, overeenkomstig artikel 27.1.1 van het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Het gebruik van de parkeerschijf is verplicht van maandag tot en met zaterdag tussen 9 uur en 18 uur, uitgezonderd op feestdagen, dit voor alle vastgestelde blauwe zones.
Art.4. De gebruiker wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van het in artikel 3 bedoelde forfaitaire tarief:
- indien de gebruiker de parkeerschijf niet zichtbaar achter de voorruit van zijn voertuig plaatst, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig,
- in geval de gebruiker de pijl niet op het streepje plaatst dat volgt op het tijdstip van aankomst,
- indien de gebruiker de aanduidingen wijzigt zonder dat het voertuig de parkeerplaats heeft verlaten,
- indien de gebruiker de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden overschrijdt.
Bij toepassing van het hierboven vermelde forfaitaire tarief zal de gemachtigde van de gemeente een uitnodiging om de retributie te betalen aanbrengen aan de voorruit van het voertuig of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. De retributie moet betaald worden overeenkomstig de richtlijnen vermeld op de betalingsuitnodiging.
In geval van niet-betaling van de verschuldigde som volgens die richtlijnen wordt een administratieve kost aangerekend die overeenkomt met:
- voor de eerste herinnering: gratis,
- voor de tweede herinnering: 10 EUR + portkosten aangetekende zending.
Vrijstellingen
Art.5.§1. Deze verordening is niet van toepassing voor personen met een beperking voor zover voldaan is aan de bepalingen van artikel 27.4 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, en voor zover zij dit kunnen aantonen via een speciale kaart uitgereikt door de officiële instelling, overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, die zichtbaar is aangebracht op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of, als er geen voorruit
is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
§2. Deze verordening is niet van toepassing op dienstvoertuigen van de gemeente en het OCMW, de Lokale Politie en van de openbare nutsbedrijven. Als dienstvoertuig wordt beschouwd het voertuig waarop het logo/embleem van bovenvermelde dienst zichtbaar is aangebracht. De gebruiker van deze voertuigen hoeft geen parkeerschijf of parkeerkaart aan te brengen.
Verkeerd gebruik of misbruik van parkeerkaart
Art.6. Per vastgesteld verkeerd gebruik of misbruik van de parkeerkaart bedraagt de retributie 25 EUR.
De gebruiker van een voertuig die beschikt over parkeerkaart wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van dit tarief indien de uitgereikte parkeerkaart:
- niet of niet leesbaar geplaatst wordt achter de voorruit, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig,
- gebruikt wordt in een voertuig met een andere nummerplaat dan deze vermeld op de kaart,
- gebruikt wordt in een andere zone of straat dan deze vermeld op de kaart,
- vervallen is,
- vervalst of nagemaakt is.
Bij de toepassing van deze retributie brengt de aangestelde van de gemeente een uitnodiging om de retributie te betalen aan op de voorruit van het voertuig of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. De retributie moet betaald worden overeenkomstig de richtlijnen vermeld op de betalingsuitnodiging.
In geval van niet-betaling van de verschuldigde som volgens die richtlijnen wordt een administratieve kost aangerekend die overeenkomt met:
- voor de eerste herinnering: gratis,
- voor de tweede herinnering: 10 EUR + portkosten aangetekende zending.
Bij herhaald misbruik van de parkeerkaart kan deze door de gemeente in samenspraak met het gemeentebestuur, ingetrokken worden.
Maatregelen bij weigering van betaling
Art.7. Bij gebrek aan betaling in der minne wordt de invordering van de retributie ingevorderd op grond van artikel 177 van het decreet lokaal bestuur dat voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet- fiscale schuldvorderingen.
Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de bevoegde burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.
Algemene bepalingen
Art.8. Het parkeren op een parkeerplaats in de blauwe zone gebeurt steeds op risico van de gebruiker of van degene die burgerlijk verantwoordelijk is. Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor om het even welk feit dat beschadiging of verlies van het geparkeerde voertuig voor gevolg zou hebben.
Slotbepalingen
Art.9. Dit besluit wordt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur bekend gemaakt.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Het opsporen van de identiteit van de eigenaar(s) of houders van deze dieren alsook het vangen, transporteren, huisvesten en verzorgen van de dieren is een extra belasting voor de diensten.
De financiële toestand van de gemeente.
Art.1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten voordele van de gemeente een retributie gevestigd voor de opvang, de verzorging, het transport, de voeding, de opsluiting en de bewaring van loslopende en/of verdwaalde dieren.
Art.2. De retributie is hoofdelijk verschuldigd door de, op het ogenblik van de veiligstelling, rechtmatige eigenaar(s) of houder(s)van het betrokken dier.
Art.3. Loslopende dieren zijn deze die zich hebben onttrokken aan de bewaking van de eigenaar(s) of de houder(s) ervan. Is de rechtmatige eigenaar of de houder gekend, dan is het zijn plicht het betrokken dier terug te nemen.
Art.4. Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld op €50 vermeerderd met €50 per ingezette persoon en per beginnen uur voor de opsporing- en interventiewerkzaamheden die de duur van één uur overschrijden. Deze som wordt verhoogd met €12,50 per kalenderdag dat het dier diende opgevangen te worden in de gemeentelijke opvangplaats en met €75 indien het dier werd overgebracht naar een dierenasiel, in voorkomend geval, met de gemaakte kosten voor een dierenarts.
Art.5. De retributie is onmiddellijk betaalbaar, op eenvoudig bericht van de financieel directeur, door storting in de gemeentekas of door overschrijving op de rekening van het gemeentebestuur.
Art.6. Bij gebrek aan betaling wordt deze ingevorderd overeenkomstig artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
- artikel 41, 162 en 170 § 4 van de grondwet
- artikelen 40 en 41.14° van het decreet lokaal bestuur d.d. 22 december 2017
- decreet d.d. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012
- omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit
- wet van 26 maart 1971 inzake de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging
- richtlijn van het Europees parlement en de raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (Kaderrichtlijn water)
- decreet d.d. 24 december 2004 met het oog op het behalen van de Europese doelstellingen voor de Kaderrichtlijn water
- decreet betreffende het integraal waterbeleid d.d. 18 juli 2003
- besluit van de Vlaamse regering d.d. 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) en zijn wijzigingsbesluiten
- besluit van de Vlaamse regering d.d. 23 maart 1999 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering d.d. 30 maart 1996 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder, alsook van de verhouding waarin het Vlaamse Gewest bijdraagt in de kosten verbonden aan de aanleg en de verbetering door de gemeenten van openbare riolen, andere dan prioritaire rioleringen, evenals houdende vaststelling van nadere regels met betrekking tot de procedure tot vaststelling van de subsidiëringsprogramma’s
- het besluit van de Vlaamse regering d.d. 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
- besluit van de Vlaamse regering d.d. 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen /waterverkoopreglement
- omzendbrief van de Vlaamse minister van leefmilieu en tewerkstelling van 31 juli 1996 met betrekking tot de vaststelling van de code van goede praktijk voor de aanleg van openbare riolen en individuele voorbehandelingsinstallaties
- ministerieel besluit d.d. 8 juli 2008 houdende goedkeuren van het zoneringsplan van de gemeente Lichtervelde vervallen bij besluit van de Vlaamse regering d.d. 18 december 2015 houdende vaststelling van de stroomgebiedsplannen met inbegrip van het maatregelenprogramma bij de stroomgebiedsplannen, de herziene zoneringsplannen en de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen van toepassing d.d. 12 maart 2016
- het vaststellen van de stroomgebiedsbeheersplannen Schelde en Maas 2022-2027 en conceptnota ter begeleiding op 1 juli 2022 door de Ministerraad van de Vlaamse regering
Het vaststellen van gemeentelijke belastingsreglementen is een bevoegdheid van de gemeenteraad.
De gemeente en de rioolbeheerder Fluvius voorzien begeleiding en premies voor de uitvoering van de afkoppelingsplicht van gebouwen.
Bij het niet voldoen aan de afkoppelingsplicht na de werken wordt vooreerst bemiddeld met de eigenaars en nadien gehandhaafd. Bij de handhaving wordt een PV opgemaakt waarbij zonder bijkomend reglement de opvolging en de bepaling van de prioriteit van de opvolging van de PV volledig binnen het parket ligt.
Via een belastingsreglement die gekoppeld wordt aan de PV kan de gemeente zelf instaan voor het verder verplichten tot afkoppelen en zo de wettelijke verplichting om af te koppelen bij rioleringswerken effectief handhaven en sturen.
De aanleg van een maximaal gescheiden rioleringsstelsel met een maximale afkoppeling op woningniveau is noodzakelijk om in aanmerking te komen voor de maximale subsidie voor de uitvoering van rioleringswerken vanwege het Vlaams Gewest
Het maximaal afkoppelen van hemelwater van de afvalwaterriool is een eerste stap om hergebruik, infiltratie en buffering van hemelwater op particulier domein te realiseren om een duurzame oplossing te bieden voor wateroverlast in lager gelegen gebieden en om een efficiëntere werking van de zuiveringsinstallatie te garanderen
Een gescheiden stelsel werkt enkel optimaal en binnen het ontworpen parameters als de maximale afkoppeling voor elk gebouw is uitgevoerd. Bij een afkoppeling dient de eigenaar de nodige graaf- en afkoppelingswerken op zijn privéterrein uit te voeren. Het is wenselijk een belasting te heffen op het niet maximaal afkoppelen van hemelwater
De belasting is een stimulatie van de realisatie van een maximale afkoppeling op woningniveau voor projecten waar een aparte afvalwaterriool wordt aangelegd. Deze stimulans wordt bijkomend ondersteund door het voorzien van subsidies voor het correct uitvoeren van de afkoppelingsplicht.
De gemeente streeft naar een volledige realisatie van het afkoppelingsproject. Om deze doelstelling te halen, krijgen de volle eigenaars of vruchtgebruikers, die niet tijdig een attestering voorleggen, nog een tweede kans om zich in orde te stellen. Pas als de volle eigenaar of vruchtgebruiker binnen de 3 maanden na het verkrijgen van een PV van niet maximaal afkoppelen zich niet in orde stellen wordt de belasting toegepast.
Uit de financiële toestand van de gemeente blijkt dat rendabele belastingen dienen geheven te worden.
Artikel 1.- Definities
Voor de toepassing van dit reglement gelden volgende definities:
- afvalwater (DWA): water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, met uitzondering van niet-verontreinigd hemelwater
- hemelwater (RWA): verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel met inbegrip van dooiwater
- gescheiden riolering: een dubbel stelsel van leidingen en openlucht greppels waarvan het ene stelsel bestemd is voor het opvangen en transporteren van afvalwater (DWA-leiding) en het andere stelsel bestemd is voor de afvoer van hemelwater (RWA-leiding)
- afkoppelingsdeskundige: door de gemeente of rioolbeheerder aangestelde deskundige die de bewoners informeert, die het afkoppelingsplan en de kostenraming van de uit te voeren werken met inbegrip van het aantal lopende meter afvoerleiding dat moet voorzien worden opmaakt, die controleert of de uitvoering van de afkoppelingswerken overeenkomstig het afkoppelingsplan werd gerealiseerd, die de facturen controleert en een positief attest aflevert
- bestaande gebouwen: gebouwen waarvan de bouwvergunning dateert van voor de datum van invoege treden van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater – in concreto 1 februari 2005
- maximale afkoppeling: bij open en halfopen bebouwing dient alle hemelwater gescheiden van afvalwater afgevoerd te worden. Bij gesloten bebouwing dient het hemelwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd te worden, behalve indien hiervoor leidingen onder of door het gebouw dienen aangelegd te worden
- aparte afvalwaterriool: afvalwaterriool volgens het 2 DWA-principe: leiding gedimensioneerd om 2 keer het verwachte afvalwaterdebiet per dag af te voeren (2 keer omdat het afvalwater niet evenredig over 24 uur verdeeld wordt in de praktijk). Er is niet in capaciteit voorzien voor bijkomende hemelwater
- afkoppelingsproject: de aanleg van een gescheiden riolering in de openbare weg
Artikel 2.- Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd voor het niet maximaal afkoppelen van hemelwater van gebouwen op privéterrein bij de door de gemeente vastgestelde afkoppelingsprojecten.
Artikel 3.- De belasting is verschuldigd door de volle eigenaar of vruchtgebruiker van het af te koppelen gebouw op het moment van de uitvoering van het afkoppelingsproject. Bij een woongebouw met meerdere wooneenheden is de belasting verschuldigd door de volle eigenaar of vruchtgebruiker van elke wooneenheid.
In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op datum van de authentieke akte tot vaststelling van de overdracht. Er zal geen rekening worden gehouden met een tussen partijen gesloten overeenkomst. Bij verkoop van het gebouw zal de eigenaar in de notariële akte laten vermelden dat de verschuldigde belasting wordt overgenomen door de nieuwe eigenaar.
Artikel 4.- Het belastbaar feit ontstaat wanneer op het moment van de voorlopige oplevering van de uitgevoerde afkoppelingsprojecten geen gunstige attestering van de afkoppelingsdeskundige wordt voorgelegd en hierna een proces verbaal wordt uitgeschreven door de gemeentelijke handhavingsambtenaar.
Artikel 5.- De belasting wordt vastgesteld met een forfaitair bedrag van 1.500 EUR per jaar. De belasting is voor het eerst verschuldigd op 1 januari van het jaar dat volgt 3 maanden na het ter kennis nemen van het proces verbaal.
Artikel 6.- De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7.- De belasting dient betaald te worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8.- De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen (t.a.v. directie Financiën). Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. De indiening kan gebeuren door verzending of door overhandiging. De indiening moet op straffe van verval gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 9.- Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 10.- Het belastingreglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286, 287 en 288 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 11.- De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Gelet de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988;
Gelet op de bepalingen van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 meer bepaald artikel 287;
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van verkeerstekens;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009;
Gelet op het feit dat, in het belang van de verkeersveiligheid, de bebouwde kom uitgebreid werd.
Art.1. Alle bepalingen in het vorig reglement met betrekking tot de bebouwde kom worden opgeheven.
Art.2 De bebouwde kom van Lichtervelde is als volgt afgebakend:
- Koolskampstraat 84, ter hoogte van het recyclagepark
- Kauwentijnestraat 15
- Kruispunt Bellestraat/Leysafortstraat
- Kruispunt Bellestraat/Bontenhondstraat
- Leysafortstraat 30
- Beverenstraat 54D
- Kruispunt Ringlaan/Wulleputstraat/Stegelstraat
- Spoorwegstraat 12
- Bollestraat 41
- Hazelstraat 100
- Kortemarkstraat 81B
- Weststraat 46
- Kleine Essestraat
- Kruispunt Torhoutstraat/Ketelbuiserstraat
- Kruispunt Ketelbuiserstraat/Hoogwielkestraat
- Oude Bruggeweg 26
- Zwevezelestraat 83
Art.3. Dit aanvullend reglement wordt ter kennisgeving en goedkeuring overgemaakt aan het Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid.
Het Decreet Lokaal Bestuur en latere wijzigingen, inzonderheid art. 40.
Artikel 162 van de Grondwet.
De weergave van de percelen met perceelnummers 1224F3 P0000 en 1224G3 P0000 zijn getekend onder lot 47 en lot 46 op een plan, dat werd opgemaakt door Heer Daeninck Michel, landmeter-expert, van de besloten vennootschap Daeninck-Audenaert te 9940 Evergem, Wittemoer 33, op 22 juli 2024.
De ontwerpakte, opgesteld door notaris Declerck.
Art.1. De gemeenteraad keurt de kosteloze overdracht goed van het openbaar domein van Ouderwijk en groene zone, gelegen in voormelde verkaveling, eigendom van :
1. De naamloze vennootschap "HET GRONDJUWEEL", met zetel te 9031 Gent (Drongen), Landegemstraat 10. Ingeschreven in het rechtspersonenregister te Gent afdeling Gent met als nummer 0468.267.894.
2. De naamloze vennootschap "DURABRIK BOUWBEDRIJVEN" of afgekort "DURABRIK", met zetel te 9031 Gent (Drongen), Landegemstraat 10. Ingeschreven in het rechtspersonenregister te Gent afdeling Gent met als nummer 0427.979.341 en hebbende als BTW-nummer BE0427.979.341.
en bestaande uit volgende percelen:
Een perceel grond, bestaande uit wegenis, wadi, groenzone(s), en alle meegaande infrastructuurwerken, te bestemmen als openbaar domein, gelegen aan de Leysafortstraat, volgens titel en recent kadastraal uittreksel, sectie D, nummers 1224D3 P0000, 1224F3 P0000 en 1224G3 P0000, met een oppervlakte van vijfentwintig centiare (25ca), negen are drieëntachtig centiare (9a 83ca) respectievelijk zevenenvijftig are achtennegentig centiare (57a 98ca). Volgens nagemelde metingen hebben voormelde percelen respectievelijk volgende oppervlakte: vijfentwintig centiare (25ca), negen are tweeëntachtig centiare zestig honderdsten (9a 82ca 60dma) respectievelijk zevenenvijftig are drieënzeventig centiare zesenvijftig honderdsten (57a 73ca 56dma).
De ontwerp-akte wordt goedgekeurd.
Art.2. Het in artikel 1 verworven onroerend goed wordt ingelijfd in het openbaar domein van de gemeente.
Art.3. De akte wordt ondertekend door de voorzitter van de Raad en de Algemeen Directeur.
Art.4. De hypotheekbewaarder wordt ontheven van de verplichting om inschrijving van ambtswege te nemen bij de overschrijving van de akte.
Het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt in artikel 41 tweede lid, 11° dat de gemeenteraad bevoegd is voor het stellen van daden van beschikking met betrekking tot onroerende goederen, behoudens de bepaling van artikel 56, § 3, 8°, b).
Gezien de eigendomsopbouw van de grond valt de aanleg van openbare nutsvoorzieningen en openbare verlichting niet onder de Code voor infrastructuur- en nutwerken langs gemeentewegen
De erfdienstbaarheid is nodig om openbare verlichting te kunnen plaatsen op dit perceel.
De zone van erfdienstbaarheid is toegevoegd als bijlage van de overeenkomst.
Art.1. De gemeenteraad beslist met de opdrachthoudende vereniging "Fluvius Imewo" een overeenkomst van erfdienstbaarheid af te sluiten op basis van de overeenkomst die werd toegevoegd aan dit besluit.
Art.2. Het gemeentebestuur draagt de kosten van de akte.
Art.3. Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gedelegeerd de definitieve notariële akte goed te keuren en te ondertekenen, door de voorzitter van het College en de Algemeen Directeur.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Gunstig advies van de cultuurraad tijdens de vergadering van maandag 26 augustus 2024.
Het reglement werd voorgelegd aan de Heemkundige Kring ter advies.
Ter zitting wordt op vraag van de fractie Durf het reglement besproken en geopteerd om het maar als ontwerp goed te keuren en ter advies en uitwerking voor te leggen aan een expertengroep.
De expertengroep zal bestaan uit een vertegenwoordiging van de cultuurraad, de heemkundige kring, het davidsfonds, experten aangeduid door de initiatiefnemer, betrokken families en het onderwijsveld.
Art.1. De Gemeenteraad keurt de oprichting van een expertengroep goed om de gemeente te adviseren en een reglement voor te bereiden op basis van onderstaande ontwerp reglement.
De expertengroep wordt beperkt tot een 8-tal personen. Bestaande uit vertegenwoordigers uit een vertegenwoordiging van de cultuurraad, de heemkundige kring, het davidsfonds, experten aangeduid door de initiatiefnemer, betrokken families en het onderwijsveld.
Art.2. Onderstaand reglement is een ontwerpreglement.
Artikel 1 – Doel
Dit reglement beschrijft de stappen die je moet volgen om een toelating te krijgen voor de plaatsing van een struikelsteen op het openbaar domein van de gemeente Lichtervelde.
Artikel 2 – Definities
In dit reglement heeft de onderstaande term de volgende betekenis:
Struikelsteen: een betonnen gedenksteen van 10 cm x 10 cm die wordt geplaatst om een slachtoffer te gedenken van de naziterreur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aan de bovenzijde is de steen bekleed met een messingplaatje waarin de naam, de geboortedatum, de deportatiedatum, de plaats en datum van het overlijden van het slachtoffer zijn aangebracht.
Het project is een idee en een ontwerp van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, oorspronkelijk voor de slachtoffers van de Holocaust, maar werd later uitgebreid naar alle slachtoffers van de naziterreur.
Artikel 3 – Voorwaarden
§1. M.b.t. de aanvraag
De aanvraag voor plaatsing van een struikelsteen kan ingediend worden door:
- een natuurlijk persoon (particulier of namens een feitelijke vereniging);
- een organisatie met rechtspersoonlijkheid.
Bij een particulier en feitelijke vereniging verbindt de aanvrager zich persoonlijk.
§2. M.b.t. de struikelstenen
- Enkel de officiële struikelstenen die door de kunstenaar Gunter Demnig worden aangeleverd komen in aanmerking. Alternatieve gedenkstenen, al dan niet het voorwerp van privé-initiatieven, worden niet als struikelstenen beschouwd en vormen derhalve niet het voorwerp van dit reglement.
- De struikelstenen dienen geplaatst te worden op het openbaar domein van de gemeente Lichtervelde. Bij voorkeur wordt de struikelsteen ingewerkt in het voetpad voor de laatste woon- of verblijfplaats van het slachtoffer. Indien deze plaats niet meer bestaat of niet langer toegankelijk is, kan er ook gekozen worden voor de laatste werk- of studeerplaats van het slachtoffer.
- Een schriftelijke toestemming van de nabestaanden met betrekking tot het vermelden van de persoonsgegevens van het slachtoffer op de struikelsteen is vereist, voor zover de aanvraag wordt gedaan door een derde.
§3. M.b.t. de slachtoffers
Enkel personen die omwille van vaderlandslievende, ideologische, raciale, filosofische, medische of andere redenen door de nazibezetter van hun vrijheid beroofd en omgebracht werden of die door hun verblijf in nazigevangenschap rechtstreeks of onrechtstreeks om het leven zijn gekomen kunnen d.m.v. een struikelsteen herdacht worden.
Artikel 4 – Procedure
§1. Aanvraag
Via het digitaal loket op de website van de gemeente Lichtervelde dient de aanvrager een verzoek in tot plaatsing van een struikelsteen op het openbaar domein van de gemeente Lichtervelde. Daarin wordt naar de motivatie gevraagd voor het plaatsen van de struikelsteen. Via het formulier bezorgt de aanvrager onderstaande informatie:
1) naam, voornaam, geboortedatum of -jaar, deportatie- of arrestatiedatum en plaats en datum van overlijden van de persoon die hij/zij wenst te gedenken;
2) het adres en een actuele foto van de plaats waar de struikelsteen bij voorkeur geplaatst wordt. Op de foto moeten zowel het voetpad als de woning duidelijk zichtbaar zijn, bij voorkeur ook het betreffende huisnummer;
3) de schriftelijke toestemming conform artikel 3 §2.
Door het indienen van de aanvraag verklaart de aanvrager zich akkoord met dit reglement.
§2. Behandeling van de aanvraag
Enkel volledige en correct ingediende aanvragen worden behandeld. De gemeente controleert de aangereikte gegevens over het slachtoffer en evalueert of de aanvraag ontvankelijk is. Indien het noodzakelijk blijkt voor de beoordeling van de aanvraag, kan de gemeente bijkomende informatie inwinnen bij de aanvrager of bij derden. De gemeente controleert of de plek die voor de installatie van de struikelsteen is aangevraagd, geschikt is.
§3. Beslissing
Binnen de zes weken na het indienen van de aanvraag neemt het college van burgemeester en schepenen, na overleg met een expertengroep een beslissing. Deze termijn is niet bindend. Indien de aangereikte gegevens niet correct blijken te zijn en/of de locatie niet geschikt, kan geen toelating worden gegeven voor het plaatsen van een struikelsteen. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing betreffende de toelating of weigering tot het plaatsen van de struikelsteen. Indien toelating wordt verleend, brengt de gemeente de eigenaar en bewoner van de woning waar de struikelsteen zal geplaatst worden, hiervan op de hoogte. De eigenaar/bewoner kan de beslissing van de gemeente om de struikelsteen in het openbaar domein te plaatsen niet doen wijzigen. De gemeente heeft altijd het recht om de toelating te weigeren of in te trekken indien dit noodzakelijk is door overmacht of om redenen van algemeen belang.
§4. Plaatsing van de struikelsteen
Na het verkrijgen van de toelating vermeld in §3, zorgt de aanvrager zelf voor de bestelling en de aankoop van de struikelsteen bij de stichting van kunstenaar Gunter Demnig (Stiftung Spuren Gunter
Demnig). Zodra de aanvrager de struikelsteen heeft ontvangen van de kunstenaar, contacteert hij de gemeente. Hij levert de struikelsteen af op de plaats die de gemeente meedeelt. De gemeente zorgt voor de plaatsing van de struikelsteen binnen de twaalf weken nadat de aanvrager de struikelsteen heeft afgeleverd. Deze termijn is niet bindend. Aan de plaatsing van de struikelsteen door de gemeente zijn geen kosten verschuldigd. De gemeente brengt de aanvrager op de hoogte zodra de struikelsteen werd geplaatst. Na plaatsing behoort de struikelsteen tot het openbaar domein van de gemeente.
Hoewel het steeds de intentie is de struikelsteen te behouden op de plaats waar deze wordt gelegd, kan de gemeente niet garanderen dat de struikelsteen, door eventuele herinrichting van de openbare weg en/of het openbaar domein, of bij uitvoering van wegen- en nutswerken, kan/zal worden teruggeplaatst. Indien blijkt dat de struikelsteen niet op dezelfde plaats kan worden behouden/teruggeplaatst, dan zoekt de gemeente naar mogelijkheden om de struikelsteen een andere gepaste locatie te geven.
Artikel 5 - Financiële vergoeding
De aanvrager regelt de aankoop van de struikelsteen en de betaling ervan rechtstreeks met de stichting van de kunstenaar. De plaatsing van de struikelsteen door de gemeente, is kosteloos.
Artikel 6 – Aansprakelijkheid
Indien de aanvrager of de eigenaar/bewoner van de woning vaststelt dat de struikelsteen werd beschadigd of verdwenen is, meldt hij dit aan de gemeente via het algemene meldingsformulier op de website van de gemeente Lichtervelde. De gemeente is niet aansprakelijk voor normale slijtage, beschadiging of verdwijning van de struikelsteen door toedoen van derden.
Artikel 7 – Betwistingen
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen, dat een gemotiveerde beslissing neemt en zich kan laten adviseren door de expertengroep. De beslissing wordt nadien ter kennis gebracht van de aanklager.
Artikel 8 – Communicatie
De steenlegging wordt gecommuniceerd via één of meerder gemeentelijke communicatiekanalen.
Artikel 9 - Dit reglement wordt jaarlijks geëvalueerd.
Art.2. Dit reglement wordt bekend gemaakt conform het decreet lokaal bestuur.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De tarieven van het zwembad werden voor het laatst aangepast in de gemeenteraad van 27 juni 2022 met toepassing vanaf 01/09/2022. De kosten voor exploitatie, personeel en energie zijn danig gestegen dat een aanpassing van de tarieven gerechtvaardigd is.
Het voorstel voor aanpassing van de tarieven werd afgestemd met de stad Torhout.
De vorige tariefwijziging (2022) heeft niet geleid tot lagere cijfers. Bij Lichterveldse scholen was er zelfs een recordaantal leerlingen in 2023. De andere cijfers (publiek- en schoolzwemmen algemeen) gingen ook in stijgende lijn, met kleine uitzondering van het publiekzwemmen in 2024, maar de reden hiervoor was een sluiting van 1 juli tot halfweg september wegens renovatiewerken.
Art.1. de tarieven voor het publiek zwemmen worden aangepast naar hieronder staand overzicht. De leeftijdsgrens voor senioren wordt opgetrokken naar 65+.
Bij schoolzwemmen wordt een onderscheid gemaakt: scholen uit Torhout en Lichtervelde genieten in beide baden het voordeeltarief, scholen van buiten deze gemeenten betalen een hoger tarief
| zwembeurt -3 jaar |
gratis |
| zwembeurt voor - 14 jaar, 65+, grote gezinnen, personen met handicap |
€ 2,70 |
| zwembeurt volwassenen |
€ 3,50 |
| 20 beurtenkaart - 14 jaar, 65+, grote gezinnen, personen met handicap |
€ 39,00 |
| 20 beurtenkaart volwassenen |
€ 53,00 |
| Jaarabonnement -14j, 65+, grote gezinnen, personen met een beperking |
€ 92 |
| Jaarabonnement volwassenen |
€ 132 |
| Schoolzwemmen voor Torhoutse en Lichterveldse scholen |
€ 1,35 |
| Schoolzwemmen voor andere scholen |
€ 1,50 |
Art.2. De tarieven voor het publiek zwemmen worden toegepast vanaf 1/1/2026. De tarieven voor het schoolzwemmen worden toegepast vanaf 1/9/2026
Art.3. Dit besluit wordt bekend gemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur.
Een uitgebreid audioverslag is te beluisteren op de website.
1. Mededeling van de schepen van mobiliteit betreffende de bediening van de schoollijn van De Lijn tussen Zwevezele en Torhout. Vanaf 5 januari 2026 wordt een extra standaardbus toegevoegd aan de 2 gelede bussen die nu rijden.
1. Raadslid Gunst verwijst naar de goedkeuring van de plaatsing van deelauto's en deelfietsen en vraagt of dit veel gebruikt wordt.
De schepen van mobiliteit antwoordt dat de deelfietsen aan het station zo'n 95 keer per maand werden ontleend. De deelauto's 22 keer per maand. In de regio ligt dit goed.
Er zijn ook 5 elektrische deelfietsen bijgeplaatst op de parking in de Astridlaan, en er komt daar ook nog een deelauto bij.
We zullen dit nog bijkomend stimuleren, o.a. in de infokrant.
2. Raadslid Gunst vraagt naar de stand van zaken van een vrijwilligerskorps. Er zijn reeds zo'n 130 gemeenten die de samenwerking met het Rode Kruis aan gaan. Er is al een psycho-sociale werkgroep. Wordt dit ook bij onze gemeente overwogen. En indien ja, hoe sluit dit aan bij de bestaande werking van het PSA.
De Burgemeester antwoordt dat het de bedoeling is dit op te richten. Komt aan bod in 2026. De PSA geeft ondersteuning in noodsituatie, het vrijwilligerskorps is voorzien om logistieke hulp en EHBO te verlenen. Dit zou zeker een hulp zijn voor de gemeentelijke diensten bij noodsituaties.
3. Raadslid Verhaeghe verwijst naar de slechte toegankelijkheid van het station, waarvoor enkele tijd terug actie werd gevoerd door enkele verenigingen.
De schepen van mobiliteit antwoordt dat het College kennis heeft genomen van deze actie, en wil dit zeker aankaarten bij de NMBS, en stelt voor deze actie vanuit de Gemeenteraad te ondersteunen en namens de gemeenteraad de NMBS aan te schrijven.
6. De schepen van jeugd deelt nog mee dat de jeugdraad kennis heeft genomen van het beleidsplan en de reacties op hun advies. Het verslag zal na te lezen zijn in de notulen.
Afsluitend deelt de voorzitter mee dat de volgende vergadering door gaat op maandag 26 januari 2026, om 20u, in de raadszaal.
Namens Gemeenteraad,
Ivan Vandenbussche
Algemeen Directeur
Noor Bruynooghe
Voorzitter raad