Terug
Gepubliceerd op 18/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 20:00

Gemeentebelastingen: Belasting op het gebruik van de openbare weg voor publicitaire doeleinden - Goedkeuring

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.

Motivering

Het is nodig een evenwicht te behouden in de gemeentelijke ontvangsten en uitgaven, de opbrengst van deze belasting is daarom nodig voor het begrotingsevenwicht.

Het toenemend gebruik van de openbare weg voor publicitaire doeleinden betekent een grote last voor de gemeenschap.

Besluit

Art.1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt, ten voordele van de gemeente een kohierbelasting gelegd op het gebruik van de openbare weg tot publicitaire commerciële doeleinden door middel van voertuigen en andere verplaatsbare vaste of rollende constructies waarop reclame voorkomt die geen betrekking heeft op de handel of de nijverheid van de vervoerder.

De belasting is in geen enkel geval toepasselijk op aanplakbrieven of reclameborden die in bijkomstige orde bevestigd zijn op voertuigen die voor andere doeleinden op de openbare weg rijden, zoals trams, autobussen, leveringsvoertuigen.

De belasting is niet van toepassing op de reclame die gevoerd wordt ter gelegenheid van openbare manifestaties, zoals wielerwedstrijden, wijkfeesten, en andere aangelegenheden waarvoor toestemming tot gebruik van het openbaar domein moet aangevraagd worden aan het College van Burgemeester en Schepenen.

Art.2. De belasting wordt op de volgende grondslag vastgesteld:

- publiciteit door middel van een voertuig en andere verplaatsbare vaste of rollende constructies: €40 per dag en per voertuig of constructie. Dit bedrag wordt verdubbeld indien de publiciteit gepaard gaat met muziekuitzendingen. Breuken van dagen worden als volledige dagen geteld.

Art.3. Elke persoon, belastbaar ingevolge de voorschriften van dit reglement, is ertoe gehouden, minstens 24 uur vooraf, bij het gemeentebestuur, daarvan aangifte te doen met aanduiding van alle gegevens die nodig zijn tot het vaststellen van het belastingsbedrag.

Art.4. Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het College aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Art.5. De overeenkomstig artikel 4 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

Art.6. De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen, gebeurt volgens de bepalingen vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.