Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, o.a. artikel 40.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De opgravingen op de gemeentelijke begraafplaats zijn een zware last voor de gemeente, het is dan ook billijk om van de belanghebbenden hiervoor een belasting te vorderen.
Art.1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten bate van de gemeente een belasting geheven op de ontgravingen op de gemeentelijke begraafplaats van lijken en op het openen en sluiten van grafkelders, urnenkelders en geconcedeerde nissen. De belasting wordt vastgesteld op:
- €200 per opgraving van een gecremeerd lichaam
- €500 per opgraving van een niet-gecremeerd lichaam
Voor het opgraven van lijken en voor het openen en sluiten van grafkelders, urnenkelders en geconcedeerde nissen op de gemeentelijke begraafplaats dient de tussenkomst van een erkende gespecialiseerde of particuliere onderneming door de aanvrager te worden voorzien.
De belasting is verschuldigd door degene die de machtiging tot ontgraving (of tot overbrenging van een urne) vraagt.
De belasting is niet verschuldigd voor:
Art.2. Vooraleer de ontgraving plaats heeft wordt de betaling contant ingevorderd tegen afgifte van een kwitantie. Bij gebrek aan onmiddellijke betaling wordt de belasting ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.