Terug
Gepubliceerd op 18/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 20:00

Gemeentebelastingen: Belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen - Goedkeuring

Juridische grond

Provinciale stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, gepubliceerd in het BS op 19 januari 2007, en gewijzigd bij latere data, is onverminderd van toepassing.

Artikel 40 § 3 van het decreet lokaal bestuur d.d. 22 december 2017.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, gepubliceerd in het B.S. van 4 juli 2008 en latere wijzigingen.

Omzendbrief d.d. 18 juli 2008 over het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen, gepubliceerd in het B.S. van 4 juli 2008.

Omzendbrief betreffende de gemeentefiscaliteit KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019.

Motivering

Het budget van de gemeente kan niet sluitend gemaakt worden zonder het inschrijven van eigen gemeentelijke belastingen.

 Er wordt vastgesteld dat:

1. er een steeds grotere behoefte is aan parkeergelegenheid, fietsstalplaatsen en groen enerzijds veroorzaakt door het steeds verhogen van de densiteit aan activiteiten en de woondichtheden, en anderzijds door het feit dat mensen, veel meer dan vroeger, elk over een eigen wagen beschikken

2. het bouwen of verbouwen van gebouwen zonder voldoende parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen voor bewoners en bezoekers en een gebrek aan groen een last meebrengt voor de gemeenschap in de zin van bijkomende parkeerdruk op het openbaar domein en druk op het openbaar groen.

3. deze last dient te worden vermeden door de bouwheren aan te moedigen op het betreffende terrein voldoende capaciteit en groen te voorzien om de eigen behoefte op te vangen

4. dit mogelijk is door het invoeren van een belasting op het aantal autoparkeerplaatsen fietsstalplaatsen en groennorm dat volgens de geldende stedenbouwkundige verordening ontbreekt

5. de opbrengsten van dergelijke belasting het gemeentebestuur toelaten tegemoet te komen aan de behoefte om bijkomende openbare parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen te realiseren.

Besluit

Belastbaar feit

Artikel 1

Er wordt voor een termijn met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting gevestigd op het ontbreken van de nodige parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen, die verplicht aan te leggen zijn op het betreffende bouwterrein waarop gebouwd of verbouwd wordt, volgens de normen bepaald in de stedenbouwkundige verordening m.b.t. parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen.

Belastingsgrond

Artikel 2

De bepalingen in dit reglement zijn van toepassing op alle aanvragen van een omgevingsvergunning op het grondgebied van de gemeente Lichtervelde, vanaf de dag van de inwerkingtreding van dit reglement en op alle wijzigingen van het aantal parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen zonder omgevingsvergunning die vanaf de datum van inwerkingtreding van dit reglement worden doorgevoerd.

Belastingplichtige en belastbaar tijdstip

Artikel 3

De belasting is verschuldigd door:

1. De houder van een omgevingsvergunning, die één of meer in de vergunning begrepen parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen niet heeft aangelegd.

2. De actuele titularis van een zakelijk recht inzake een parkeerplaats, fietsstalplaats en groen die nalaat om binnen de 12 maanden nadat hij door het gemeentebestuur bij aangetekend schrijven werd verwittigd van het verwijderen van een parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen of van een functiewijziging die werd aangebracht aan zijn onroerend goed, deze verwijdering of functiewijziging ongedaan te maken.

3. De actuele titularis van een zakelijk recht die een verbouwing doorvoert zonder omgevingsvergunning, en waardoor niet meer voldaan wordt aan de stedenbouwkundige verordening m.b.t. parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen.

De bepalingen van artikel 3 opsomming 2 en 3 gelden met dien verstande dat ook andere parkeerplaatsen, fietsstalplaatsen en groen, die tot stand gekomen zijn vóór de inwerkingtreding van dit reglement, als parkeerplaats, fietsstalplaats worden beschouwd, zelfs als zij niet voldoen aan afmetingen, bepaald in de stedenbouwkundige verordening m.b.t. parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen en groen.

Indien een bestaande andere functie in het gebouw wordt omgevormd tot parkeerplaats voor auto’s of fietsstalplaats, kan dit geen recht doen ontstaan op terugvordering van een betaalde belasting.

De belasting is verschuldigd op volgend tijdstip:

- Ingeval van artikel 3 opsomming 1: de dag na het verstrijken van 5 jaar van het definitief verkrijgen van de omgevingsvergunning of bij het melden van het einde van de werken aan het college van burgemeester en schepenen indien deze melding vóór het verstrijken van de termijn van 5 jaar na de aflevering van de omgevingsvergunning valt

- In geval van artikel 3 opsomming 2: op de dag na het verstrijken van een termijn van 12 maanden vanaf het aangetekende schrijven, bedoeld in artikel 4 § 4 met melding van de vaststelling van het belastbaar feit door het gemeentebestuur.

- In geval van artikel 3 opsomming 3: op de dag van het aangetekende schrijven met melding van de vaststelling van het belastbaar feit door het gemeentebestuur.

Tarief

Artikel 4

De belasting wordt vastgesteld op:

1/ €10.000 per ontbrekende autoparkeerplaats of niet behouden autoparkeerplaats

2/ €1.000 per ontbrekende fietsenparkeerplaats of niet behouden fietsenparkeerplaats

3/ €150 per ontbrekende of niet behouden m² groen voor projecten tot en met 10 wooneenheden

    €200 per ontbrekende of niet behouden m² groen voor projecten van 11 tot en met 20 wooneenheden

    €300 per ontbrekende of niet behouden m² groen voor projecten van meer dan 20 wooneenheden

Vrijstellingen

Artikel 5

De belastingschuld vervalt wanneer de belastingschuldige uitdrukkelijk verzaakt aan de verkregen omgevingsvergunning, onder volgende voorwaarden:

a) de verzaking moet op uitdrukkelijke en ondubbelzinnige wijze gebeuren (m.a.w. betrokkene moet schriftelijk te kennen geven dat hij verzaakt aan het recht om de vergunde werken uit te voeren, en zodat een toekomstige uitvoering dus uitgesloten wordt)

b) de verzaking kan slechts gebeuren als de vergunde werken helemaal niet zijn opgestart

c) de verzaking is alleen geldig als de overheid die de vergunning verleende de verzaking aanvaardt

d) de verzaking wordt als nietig beschouwd indien achteraf blijkt dat de uitvoering van de vergunde werken toch wordt opgestart.

Wijze van inning

Artikel 6

De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Betaaltermijn

Artikel 7

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

Bij niet-betaling wordt deze ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Bezwaarprocedure

Artikel 8

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

Teruggave

Artikel 9

De belastingsschuldige kan schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen vragen om teruggave van de gekweten belasting. Dit kan maar indien de omgevingsvergunning waaruit de belastingsschuld is ontstaan, in toepassing van art. 4.6.2. § 1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, van rechtswege vervallen is en de vergunde handelingen niet binnen de decretaal bepaalde termijn werden opgestart. De belastingsschuldige dient daarvoor een schriftelijke verklaring af te leggen, welke het voorwerp zal uitmaken van een onderzoek, vooraleer de belastingschuld wordt terugbetaald.

Inwerkingtreding

Artikel 10

Deze belasting treedt in werking op 1 januari 2021.

Dit besluit wordt bekendgemaakt aan de bevolking en de toezichthoudende overheid volgens artikel 285 § 1, 286 § 1, 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 11

Afschrift uit dit besluit wordt bezorgd aan de Vlaamse overheid – Agentschap Binnenlands Bestuur afdeling West-Vlaanderen: via digitaal loket.

Artikel 12

Het belastingsreglement dd. 16 december 2019 op het ontbreken van parkeerplaatsen wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van huidig reglement.