Terug
Gepubliceerd op 23/12/2025

Notulen  Gemeenteraad

ma 24/11/2025 - 20:00 Raadzaal
Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
  • Openbaar

    • Financiën

      • Aanpassing meerjarenplan 2020 - 2025

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Joke Van Doorne, Bart Verhaeghe, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Tegenstanders: Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 8 stemmen tegen
        Besluit

        Art.1. De gemeenteraad stelt de aanpassing van het meerjarenplan 2020 - 2025 voor het deel van de gemeente vast.

        Art.2. De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020 - 2025 voor het deel van het OCMW goed.

      • Meerjarenplan 2026 - 2031 - Vaststelling

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

        Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen

        Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen

        Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026 - 2031 van lokale en provinciale besturen volgens de beleids -en beheerscyclus

        Gunstig advies van het managementteam van 17.10.2025

        Motivering

        De Burgemeester begint met de beleidsverklaring.

        Toelichting door de Burgemeester, Schepen van patrimonium over het patrimoniumplan en de financieel directeur over de cijfers.

        De omgevingsanalyse.

        De burgerbevraging en de voorstelling van het ontwerp aan alle leden van adviesraden dd. 15.10.2025

        De adviezen van de verschillende adviesraden

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Joke Van Doorne, Bart Verhaeghe, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Tegenstanders: Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 8 stemmen tegen
        Besluit

        Art.1. De raad neemt kennis van de beleidsverklaring. Het meerjarenplan 2026 - 2031 (BP2026_2031-0) deel gemeente bestaande uit de strategische nota, de financiële nota en de toelichting, wordt vastgesteld.

        Art.2. De kredieten van de gemeente voor het boekjaar 2026 (M3) worden vastgesteld.

          2026 
        Uitgaven Ontvangsten
        Kredieten Gemeente    
        Exploitatie 11.945.928 14.705.059
        Investeringen 5.112.527 250.000
        Financiering 633.127 325.000
        Leningen en leasings 629.761 300.000
        Toegestane leningen en betalingsuitstel 3.366 25.000
      • Meerjarenplan 2026 - 2031 - Goedkeuring deel OCMW

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

        Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen

        Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen

        Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026 - 2031 van lokale en provinciale besturen volgens de beleids -en beheerscyclus

        Gunstig advies van het managementteam van 17.10.2025

        Motivering

        Toelichting door de Burgemeester en de financieel directeur.

        De omgevingsanalyse.

        De burgerbevraging en de voorstelling van het ontwerp aan alle leden van adviesraden dd. 15.10.2025

        De adviezen van de verschillende adviesraden

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Joke Van Doorne, Bart Verhaeghe, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Tegenstanders: Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 8 stemmen tegen
        Besluit

        Art.1. Het meerjarenplan 2026 - 2031 (BP2026_2031-0) deel OCMW bestaande uit de strategische nota, de financiële nota en de toelichting, wordt goedgekeurd.

        Art.2. De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2026 (M3) worden goedgekeurd

          2026 
        Uitgaven Ontvangsten
        Kredieten OCMW    
        Exploitatie 9.578.005 8.528.822
        Investeringen 4.820.000 461.084
        Financiering 831.808 4.175.000
        Leningen en leasings 831.808 4.175.000



      • Gemeentebelastingen: Aanvullende belasting op de personenbelasting - Goedkeuring

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        Artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992.

        Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

        Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.

        Motivering

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Joke Van Doorne, Bart Verhaeghe, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Onthouders: Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 8 onthoudingen
        Besluit

        Art.1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van dit dienstjaar.

        Art.2. De belasting wordt vastgesteld op ZEVEN EN HALF (7,5) % van het volgens artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende gedeelte van de personenbelasting die aan het rijk verschuldigd is voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

        Art.3. De vestiging en de inning van de gemeentebelasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

        Art.4. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

      • Gemeentebelastingen: Opcentiemen op de onroerende voorheffing dienstjaren 2026 - 2031 - Goedkeuring

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994

        Artikel 464/1, 1°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen van 10 april 1992.

        Artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

        Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017

        Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.

        Motivering

        De financiële toestand van de gemeente.

        Deze belasting biedt een belangrijke belastingopbrengst voor de gemeente, ze houdt rekening met de draagkracht van de belastingplichten, doordat in de basisheffing sociale correcties verwerkt zijn. De inningskosten zijn laag voor de gemeente, doordat aanvullende belastingen samen met de hoofdbelasting geïnd worden door de bevoegde overheid. Eventuele bezwaren worden samen met de hoofdbelasting behandeld door de overheid die de hoofdbelasting int en er geldt een voorschottensysteem, waardoor de gemeentelijke thesaurie minder afhankelijk is van het inkohieringsritme door de centrale overheden.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Joke Van Doorne, Bart Verhaeghe, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Tegenstanders: Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 8 stemmen tegen
        Besluit

        Art.1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, worden ten bate van de gemeente 1208 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
        Art.2. De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.

    • Milieu en duurzaamheid

      • Politiereglement betreffende Huishoudelijke Afvalstoffen - Vaststelling

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        De Nieuwe Gemeentewet, inzonderheid op de artikels, 119, 119bis en 135, §2.

        Het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid op de artikels 2, 40 en 41.

        Het decreet van het Vlaamse parlement van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, gewijzigd bij decreet van 20 april 1994, inzonderheid op artikel 15 Het Besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1997 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming- en beheer.

        Het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het Materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, artikel 26 tot en met artikel 28.

        Het besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA genoemd) en latere wijzigingen.

        De Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013.

        Het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het Interregionaal Samenwerkingsakkoord verpakkingsafval genoemd).

        Het besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 20 december 2018 tot erkenning van de vzw Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval.

        De goedkeuring van het Lokaal Materialenplan 2023-2030 door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023 (publicatie Belgisch Staatsblad 30 juni 2023).

        Het bestaande reglement, vastgesteld bij Gemeenteraadsbesluit van 18 december 2006 en laatst gewijzigd op 16 december 2019 en 27 september 2021.

        De beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband Mirom, bij beslissing van de gemeenteraad van 23 september 2019 (verlenging  samenwerking met intercommunale tot 2037)

        Motivering

        Er bestaat een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor een aantal afvalstoffen, zoals gedefinieerd in het VLAREMA, artikel 3.1.1.
        Er bestaat een terugnameplicht voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong, minstens papier en karton, hol glas en plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong moeten selectief worden ingezameld.
        Het is ter bescherming van het leefmilieu noodzakelijk het huishoudelijk afval tot een minimum te beperken en het afval maximaal selectief in te zamelen conform artikel 4.3.1 van Vlarema.
        Prioriteit dient verleend te worden aan afvalvoorkoming en hergebruik van afvalstoffen. In tweede instantie dient het huishoudelijk afval maximaal selectief ingezameld te worden met het oog op optimale verwerking.
        Er wordt naar gestreefd om de inzameling van het huishoudelijk afval in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen.
        De gemeente wil in overeenstemming met haar gemeentelijke zorgplicht zoals bepaald in artikel 26 van het Materialendecreet, het niet aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de inzamelkanalen en bijgevolg ontwijkgedrag (zoals sluikstorten, sluikstoken, afvaltoerisme naar buurgemeenten, afvaltoerisme naar de werkgever, …) maximaal voorkomen.
        Inwoners mogen een herbruikbaar inzamel recipiënt voor huisvuil of de toegang tot het ondergrondse of bovengrondse brengsysteem voor huisvuil niet weigeren aangezien elke inwoner en elk gezin huisvuil produceert, hoe goed ze ook aan preventie doen of selectief inzamelen.

        Het overleg binnen het bestuursorgaan van Mirom Roeselare.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Ar.1. De Gemeenteraad keurt het politiereglement betreffende Huishoudelijke Afvalstoffen, zoals in bijlage genomen, goed. De gemeenteraadsbeslissing van 18 december 2006 houdende vaststelling politiereglement betreffende huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wordt opgegeven, ex nunc.

        Art.2. Dit reglement wordt als addendum gevoegd in het algemeen politiereglement deel VII van de gemeente (Aanvullende politiereglementen). Zo kunnen de inbreuken tegen de bepalingen uit het reglement bestraft worden met een gemeentelijke administratieve sanctie, overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en volgens de bestuurlijke procedure bepaald in Titel VI van dit algemeen politiereglement.

        Art.3. Het reglement zal bekend gemaakt worden overeenkomstig de artikels 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur. Ze treedt in werking op de 5e dag na de publicatie.

        Art.4. Onverminderd de sancties voorzien in de vorige paragrafen, blijft de overtreder vatbaar voor:

        - De straffen voorzien in het politiereglement

        - Andere wetgeving die op de overtreding van toepassing is

        - De belasting conform het belastingreglement op ambtshalve verwijderen van afvalstoffen

        Art.5. Een afschrift van deze verordening wordt conform artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet, toegezonden aan de Deputatie, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, aan die van de politierechtbank. Afschrift zal tevens overgemaakt worden “per mailbericht” aan de sanctionerend ambtenaar van de gemeente in Tielt en de zonechef van politiezone regio TieltTer kennisgeving wordt eveneens een afschrift toegezonden aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband (Mirom Roeselare) en de OVAM.

    • Politie

      • Politiezone Ardooie-Lichtervelde-Pittem-Ruiselede-Tielt-Wingene-Meulebeke - Dienstjaar 2026 - Goedkeuren dotatie

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        De wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, in bijzonder artikel 40, derde en zesde lid en artikel 71, eerste lid.

        Het koninklijk besluit van 16 november 2001 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeente politiezone.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Art.1. De bijdrage van de gemeente Lichtervelde zoals ingeschreven in de politiebegroting 2026, zijnde in totaal €738.580,00 goed te keuren en aan de politiezone regio Tielt toe te kennen.

        Art.2. Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur en de politiezone.

    • Brandweer

      • Hulpverleningszone Midwest – Financiële verdeelsleutel en dotatie 2026 - Goedkeuring

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen inzonderheid de artikels 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en de artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

        Wet van 15 mei 2007 betreffende de Civiele Veiligheid en meer bepaald artikel 68 § 1 dat bepaalt dat de gemeentelijke dotatie wordt ingeschreven in de uitgaven van elke gemeentebegroting;

        Wet van 15 mei 2007 betreffende de Civiele Veiligheid en meer bepaald artikel 68 § 2 dat bepaalt: ‘de dotaties van de gemeenten van de zone worden jaarlijks vastgelegd door de raad op basis van een akkoord, bereikt tussen de verschillende betrokken gemeenteraden. Het akkoord wordt bereikt ten laatste op 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de dotatie bestemd is. …’

        Motivering

        Visum van de financieel directeur.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Art.1. De gemeenteraad neemt akte van de financiële verdeelsleutel die de jaarlijkse bijdrage van elke gemeente aan de Zone Midwest vastlegt en die door de zoneraad in zitting van 26 september 2025 voor de begroting 2026 werd herbevestigd.

        Art.2. De gemeenteraad gaat akkoord met de exploitatietoelage aan de Zone Midwest voor 2026 die in de onderstaande tabel wordt weergegeven:

         

        brandweer

        ziekenwagen

        Ardooie

        € 278.969,00

        € 12.745,00

        Dentergem

        € 217.085,00

        € 788,00

        Hooglede

        € 301.960,00

        € 10.520,00

        Ingelmunster

        € 306.518,00

        € 7.577,00

        Izegem

        € 762.105,00

        € 33.275,00

        Lichtervelde

        € 231.844,00

        € 10.034,00

        Moorslede

        € 287.452,00

        € 8.273,00

        Oostrozebeke

        € 210.431,00

        € 3.059,00

        Pittem

        € 220.646,00

        € 7.948,00

        Roeselare

        € 2.961.862,00

        € 103.395,00

        Staden

        € 314.420,00

        € 11.123,00

        Tielt

        € 971.681,00

        € 15.479,00

        Wingene

        € 546.441,00

        € 7.507,00

         

        € 7.611.414,00

        € 231.723,00

         

        Art.3. De gemeenteraad gaat akkoord met de investeringstoelage aan de Zone Midwest voor 2026 die in de onderstaande tabel wordt weergegeven:

         

        brandweer

        ziekenwagen

        Ardooie

        € 75.445,00

        € 11.000,00

        Dentergem

        € 53.671,00

        € 680,00

        Hooglede

        € 81.557,00

        € 9.080,00

        Ingelmunster

        € 81.557,00

        € 6.540,00

        Izegem

        € 219.077,00

        € 28.720,00

        Lichtervelde

        € 63.030,00

        € 8.660,00

        Moorslede

        € 77.164,00

        € 7.140,00

        Oostrozebeke

        € 52.143,00

        € 2.640,00

        Pittem

        € 59.210,00

        € 6.860,00

        Roeselare

        € 654.175,00

        € 89.240,00

        Staden

        € 84.995,00

        € 9.600,00

        Tielt

        € 260.906,00

        € 13.360,00

        Wingene

        € 147.070,00

        € 6.480,00

         

        € 1.910.000,00

        € 200.000,00

         

        Art.4. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de voorzitter van de zoneraad van Zone Midwest, Kwadestraat 159 te 8800 Roeselare en aan de zonesecretaris van Zone Midwest.

        Art.5. Deze beslissing wordt bekendgemaakt in toepassing van artikel 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur.

    • Wonen

      • Goedkeuren belasting op tweede verblijven aanslagjaar 2026-2031

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        Artikel 170, §4 van de Grondwet.

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2015 waarin beslist werd om deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid ‘Woondienst Regio Roeselare’ en om het projectvoorstel waarin de actie ”verwaarloosde gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken” inbegrepen is door het IGS van Woondienst Regio Roeselare.

        De omzendbrief KW ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 februari 2019.

         

        Motivering

        Het is redelijk een belasting te heffen om speculatie te voorkomen.

        Tweedeverblijvers moeten ook bijdragen voor het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen.

        De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Joke Van Doorne, Bart Verhaeghe, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Onthouders: Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet
        Resultaat: Met 13 stemmen voor, 8 onthoudingen
        Besluit

        Art.1. Er wordt voor het aanslagjaar 2026-2031 een directe gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.

        Art.2. Een tweede verblijf is elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf is van de zakelijk gerechtigde of de huurder, maar die wel op elk ogenblik door hen kan worden bewoond. De woning beschikt over een slaapgelegenheid, kookgelegenheid, badkamer en de nodige nutsvoorzieningen en is voor meer dan 50% in gebruik als woning. De woning voldoet aan de Vlaamse Wooncode, wat betekent dat zij geschikt is om te bewonen.

        Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans en die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.

        §1. Als tweede verblijf wordt niet beschouwd:

        • de constructie die uitsluitend gebruikt wordt voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit
        • de woongelegenheid die rechtstreeks verbonden is met een handelsgedeelte of een gedeelte voor het uitoefenen van een vrij beroep, en die bijgevolg niet afzonderlijk kan gebruikt worden
        • de studentenkamers
        • de woning palend aan de woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd is en onder één huisnummer valt
        • de woongelegenheid die opgenomen is in de inventaris van leegstand
        • tenten, verplaatsbare caravans, woonaanhangwagens
        • panden die voldoen aan de voorwaarden voor toeristische logies volgens Toerisme Vlaanderen en als dusdanig gebruikt worden.

        §2. De opsporing en vaststelling van tweede verblijven gebeurt door de bevoegde ambtenaar van de gemeente, aangesteld door het College van Burgemeester en Schepenen. De opsporing kan tevens gebeuren door een personeelslid, aangesteld door het College van Burgemeester en Schepenen, van de intergemeentelijke woondienst regio Roeselare.

        De bevoegde ambtenaren van de gemeente en de personeelsleden van de intergemeentelijke Woondienst regio Roeselare zijn gemachtigd de huidige toestand ter plaatse vast te stellen.

        Art.3. De belasting valt ten laste van diegene die, op 30 juni van het aanslagjaar, zakelijk gerechtigde is van het tweede verblijf. De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt op diezelfde datum beoordeeld.

        In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.

        In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.

        Art.4. De belasting wordt vastgesteld op €1.500 per tweede verblijf.

        Art.5. De zakelijk gerechtigde doet bij de gemeente, dienst Financiën Marktplaats 2, 8810 Lichtervelde aangifte van een tweede verblijf, ten laatste op 30 juni. Dit kan op 2 manieren:  

        - In geval van eigen gebruik: de zakelijk gerechtigde doet een schriftelijke aangifte van het tweede verblijf.

        - In geval van verhuur en ontbreken van domicilie: de zakelijke gerechtigde bezorgt bewijsstukken van verhuring. Als bewijsstukken worden aanvaard: een geregistreerde huurovereenkomst en betalingsbewijzen van de huurgelden en/of de waarborg. 

        In geval van eigen gebruik stellen de bevoegde ambtenaren ter plaatse het gebruik van het tweede verblijf vast. 

        Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd. In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met …

        Art.6. De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van Burgemeester en Schepenen.

        Art.7. De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na verzending van het aanslagbiljet.

        Art.8. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van Burgemeester en Schepenen volgens de modaliteiten van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        Het bezwaar moet op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

        Art.9. Dit reglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026 en vervangt voorgaande reglementen.

      • Goedkeuren reglement op de registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen (2026-2031)

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        Artikel 170, §4 van de Grondwet.
        Het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 in het bijzonder artikelen 24 en 25.

        Het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

        Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (citeeropschrift: Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021) van  11/09/2020.

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Het bestuursdecreet van 7 december 2018. 

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        De omzendbrief KW ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 februari 2019.

         

        Motivering

        Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente. De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in een verwaarlozingsregister ook leidt tot een belasting.

        De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

        De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1: Begripsomschrijvingen

        In dit reglement wordt verstaan onder:

        1°    administratie: de administratieve eenheid van de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband, belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

        2°    Beveiligde zending: één van volgende betekeningswijzen:

        • een aangetekend schrijven;
        • een afgifte tegen ontvangstbewijs.
        • een elektronische aangetekende zending.

        3°    gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        4°    houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

        a)       de volle eigendom,

        b)      het recht van opstal of van erfpacht,

        c)       het vruchtgebruik;

        5°    opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister

        6°    verjaardag: het ogenblik waarop een nieuwe periode van twaalf maanden verstreken is sinds de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;

        7°    verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2 van dit reglement

        8°    woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        Hoofdstuk 1: Registratie

        Artikel 2: Verwaarlozingsregister

        §1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.

        §2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:

        1°    het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,

        2°    de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,

        3°    de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht,

        4°    het nummer en de datum van het opnameattest,

        5°    de gebreken en tekenen van verval die aanleiding geven tot de opname,

        6°    de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan,

        7°    de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw zich situeert.

        Artikel 3: Registratie van verwaarlozing

        §1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        §2. Een gebouw, ongeacht of het dienstdoet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd wanneer het ernstige, zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan één of meerdere van de volgende onderdelen:

        • buitenmuren en voegwerk;
        • schoorstenen;
        • dakbedekking en dakgebinte;
        • buitenschrijnwerk;
        • kroonlijsten en dakgoten;
        • de onmiddellijke omgeving van het gebouw.

        Als ernstige, zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval worden beschouwd, de gebreken die het verder verval van het gebouw of de woning op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij het hoofdgebouw en/of bijgebouw(en):

        1°    de water- of winddichtheid is aangetast;

        2°    de stabiliteit is aangetast;

        3°    onderdelen losgekomen zijn of dreigen los te komen;

        4°    voorgaande gebreken met voorlopige of ontoereikende maatregelen werden verholpen.

        §3. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.

        §4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het register van verwaarloosde gebouwen/woningen en omgekeerd.

        §5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in register van verwaarloosde gebouwen/woningen en omgekeerd.

        Artikel 4: Kennisgeving van de registratie

        Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.

        De kennisgeving bevat:

        1°    het opnameattest met het technisch verslag,

        2°    informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister,

        3°    informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister,

        4°    informatie over het schrappingsverzoek uit het verwaarlozingsregister.

        De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.

        Artikel 5: Beroep tegen registratie

        §1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

        1°    de identiteit en het adres van de indiener,

        2°    de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft,

        3°    de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

        Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.

        Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

        §2. De administratie stuurt aan de indiener van een beroepschrift een ontvangstbevestiging.

        §3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1.

        §4. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

        §5. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.

        §6. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

        §7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.

        §8. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan, binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg.

        Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of de uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, kan beroep bij de rechtbank van eerste aanleg worden ingesteld ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente.

        De bepalingen van artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn hierbij van toepassing.

        Artikel 6: Schrapping uit het verwaarlozingsregister

        §1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstig zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het beschrijvend verslag bij het opnameattest, zoals bepaald in artikel 3, §2 en 3, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.

        De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.

        §2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

        1°    de identiteit en het adres van de indiener,

        2°    de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft,

        3°    de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.

        Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.

        Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

        De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.

        Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.

        Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.

        Hoofdstuk 2: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

        Artikel 7: Belastbaar voorwerp en belastingtermijn

        §1. Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.

        §2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.

        Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.

        Artikel 8: Belastingplichtige

        §1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opname.

        §2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

        In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.

        In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.

        Artikel 9: Tarief van de belasting

        De belasting bedraagt 1000 euro voor een woning en gebouw.

        Artikel 10: Vrijstellingen

        §1. De houder van het zakelijk recht kan beroep doen op de hieronder vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten, tenzij anders vermeld, elk jaar opnieuw, per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting worden aangevraagd.

        §2. Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld:

        1°    De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is over de woning of het gebouw, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het belastingjaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Dit bewijs moet geleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.

        Deze vrijstelling geldt niet voor:

        a) de overdracht van of aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;

        b) de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel;

        2° Die aantoont dat hij geen einde aan de verwaarlozing kan maken wegens een situatie van overmacht. Het College van Burgemeester en Schepen beslist over elk individueel geval; na advies van de intergemeentelijke woondienst of een bevoegd ambtenaar van de gemeente;

        3° De belastingplichtige die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.

        Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:

            i. een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;

            ii.  een volledige opsomming, korte beschrijving en tijdschema van alle geplande werken;

            iii. een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken:

        • a) een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
        • b) een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
        • c) een combinatie van beide offertes;

           iv. een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.

        Deze vrijstelling kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand ten hoogste 3 opeenvolgende belastingjaren verkregen worden.

        Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt sloop die gevolgd wordt door vervangingsbouw beperkt tot een termijn van één jaar die volgt op de te goedkeuring van de vergunning.  

        §3. Een vrijstelling wordt verleend indien de woning of het gebouw:

        1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;

        2° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling maximum drie opeenvolgende belastingjaren kan worden verleend, te rekenen vanaf de datum van de vernieling of beschadiging.

        Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning of het gebouw, waardoor de bewoning van de woning of het gebruik van het gebouw geheel of ten dele onmogelijk wordt.

        Artikel 11: Wijze van inning

        De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        Artikel 12: Bezwaarprocedure

        §1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen .

        §2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Artikel 13: Inwerkingtreding

        Dit reglement treedt in werking op 01 januari 2026 en vervangt het vorige reglement. Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het reglement van 29 november 2019 blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.

      • Goedkeuren leegstandsreglement en gemeentelijke heffing op de leegstand van gebouwen en woningen (2026-2031)

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        Artikel 170 §4 van de Grondwet.

        Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (citeeropschrift: Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021) van 11 september 2020, art. 2,9 - 2.14.

        Het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd bij decreet van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Ministerieel besluit van 14 maart 2025 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode 2026-2031.

        Gemeenteraadsbesluit van 22 september 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid Woondienst regio Roeselare voor de periode 2026-2031.

        De omzendbrief KW ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 februari 2019.

        De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

        Motivering

        De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet  voorkomen en bestreden worden. De strijd tegen de leegstaande woningen en/of gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een inventarislijst ook daadwerkelijk belast worden. De  vrijstellingen van inventarisatie en/of heffing die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. 

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1. Begripsomschrijvingen

        Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        In dit reglement wordt verstaan onder:

        1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of het intergemeentelijke samenwerkingsverband dat door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;

        2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;

        3° beveiligde zending: één van de volgende betekeningswijzen:

        a) een aangetekend schrijven;

        b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

        c) een elektronische aangetekende zending.

        4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        5° kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;

        6° Een leegstaand gebouw is een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden.

        Bij de beoordeling van deze toestand wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

        De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte, als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

        Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

        Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

        7° leegstaande woning:

        Een leegstaande woning is een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet wordt aangewend in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte, als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, die voor die woning is uitgereikt.

        Bij een woning waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

        8° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        9° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;

        10° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen

        11° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;

        12° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

        13° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;

        1. Hoofdstuk 1: Leegstandsregistratie

        Artikel 2. Leegstandsregister

        §1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

        1° een lijst “leegstaande gebouwen”;

        2° een lijst “leegstaande woningen”.

        Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.

        §2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:

        1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

        2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

        3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de houder(s) van het zakelijk recht;

        4° het nummer en de datum van de administratieve akte,

        5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

        Artikel 3. Registratie van leegstand

        §1De personeelsleden die door het college van burgemeester en schepenen belast zijn met de opsporing van leegstand, beschikken over de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden zoals vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        §2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.

        §3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:

        • het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
        • het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
        • het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
        • een volle brievenbus gedurende lange tijd
        • een verwaarloosde of slecht onderhouden tuin of omgeving (lang gras, onverzorgd, ….)
        • rolluiken die langdurig neergelaten zijn
        • het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;
        • de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;
        • dichtgemaakte of opgeheven raamopeningen (dicht geplakt, dicht geschilderd)
        • vernielingen aan of in de woning of aan de omgeving van de woning
        • ernstig vervuild glaswerk of buitenschrijnwerk
        • de woning is niet bemeubeld
        • een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
        • de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
        • getuigenissen: verklaringen van postbode, wijkagent;

        Artikel 4. Kennisgeving van registratie

        De houder(s) van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:

        • de administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag.
        • informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister
        • informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister
        • informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister 

        Artikel 5. Beroep tegen registratie

        §1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

        • de identiteit en het adres van de indiener;
        • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
        • de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

        Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

        Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair. 

        §2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

        §3. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd en elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd) 

        §4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:

        • als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, of;
        • als het beroepschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, of;
        • als het beroepschrift niet is ondertekend.

        §5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. 

        Het indienen van een aangepast of nieuw beroep blijft mogelijk, voor zover de beroepstermijn van §1 nog niet verstreken is.

        §6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

        §7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener van het beroep.

        §8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.

        Artikel 6. Schrapping uit het leegstandsregister

        §1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.

        De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

        Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

        De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

        §2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

        • de identiteit en het adres van de indiener;
        • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
        • de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;

        Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.

        De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

        Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.

        2. Hoofdstuk 2. De belasting

        Artikel 7. Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

        §1 Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.

        De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 1.

        §2 De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

        Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

        Artikel 8. Belastingplichtige

        §1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.

        §2. In geval van mede-eigendom zijn alle mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.

        In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.

        Artikel 9. Tarief van de belasting

        De belasting bedraagt:

        - € 2000 voor een leegstaand gebouw;

        - € 2000 voor een leegstaande woning;

        - € 1500 voor een leegstaande kamer.

        Als het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:

        - € 3000 voor een leegstaand gebouw

        - € 3000 voor een leegstaande woning

        - € 2000 voor een leegstaande kamer

        Als het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:

        - € 4000 voor een leegstaand gebouw

        - € 4000 voor een leegstaande woning

        - € 2500 voor een leegstaande kamer

        Als het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:

        - € 5000 voor een leegstaand gebouw

        - € 5000 voor een leegstaande woning

        - € 3000 voor een leegstaande kamer

        Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning is opgenomen in de inventaris van leegstaande woningen en gebouwen, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht op het betrokken gebouw of de woning.

        Deze herberekening is niet van toepassing bij overdracht van of aan:

        • vennootschappen waarin de vroegere zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
        • verenigingen zonder winstoogmerk (vzw’s) waarvan de vroegere zakelijk gerechtigde lid is.

        Artikel 10. Vrijstellingen

        §1. De houder van het zakelijk recht kan een beroep doen op de vrijstellingen vermeld in artikel 10§2. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen.

        Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via de administratie.

        §2. Van de leegstandsbelasting vrijgesteld is de belastingplichtige:

        1° die recent een zakelijk recht heeft verkregen over de woning of het gebouw, en dat voor een periode van één jaar die volgt op de volledige overdracht van het gebouw of de woning.

        Deze vrijstelling geldt niet voor:

        a)     de overdracht van of aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;

        b)     de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel;

        2° Die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.

        Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:

           i.  een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;

          ii.  een volledige opsomming, korte beschrijving en tijdschema van alle geplande werken;

         iii.  een raming van de kosten van de geplande werken via één van de volgende stukken:

        • a)  een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
        • b)  een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
        • c)  een combinatie van beide offertes;

          v.  een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.

        Deze vrijstelling kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand ten hoogste 3 opeenvolgende belastingjaren verkregen worden.

        Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt sloop die gevolgd wordt door vervangingsbouw beperkt tot een termijn van één jaar die volgt op de goedkeuring van de vergunning.

        3° van wie de handelingsbekwaamheid wordt beperkt door een gerechtelijke beslissing, en dat voor een periode van drie jaar die volgt op de gerechtelijke beslissing;

        4° van wie het pand binnen de grenzen ligt van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid;

        5° van wie het pand niet gebruikt kan worden door een betredingsverbod of een verzegeling in het kader van een gerechtelijk onderzoek en dit voor een periode tot één jaar die volgt op de datum van de vrijgave;

        6° van wie het pand vernield of beschadigd is door een plotse ramp die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, en dit voor een periode van drie opeenvolgende jaren die volgt op de datum van de ramp;

        7° die aantoont dat hij geen einde aan de leegstand kan maken wegens een situatie van overmacht. Het College van Burgemeester en Schepen beslist over elk individueel geval; na advies van de intergemeentelijke woondienst;

        8° die aantoont dat de woning in beheer is van een erkende sociale huisvestingsmaatschappijen en een renovatie, herbouw of sloopdossier aan gekoppeld is via een aanmelding bij de VMSW;

        9° bij opname in een woonzorgcentrum of psychiatrische instelling en dit gedurende een periode van één jaar te rekenen vanaf de datum van opname.

        Artikel 11. Inkohiering

        De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        Artikel 12. Bezwaar

        §1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        §2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Artikel 13: Inwerkingtreding

        Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement van 25 november 2019.

        Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.

        Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het reglement van 25 november 2019 blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.

        Artikel 14

        Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

      • Goedkeuren belasting op ongeschikt en onbewoonbare woningen (2026-2031)

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 (citeeropschrift: Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021) van 11 september 2020.

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, art. 2.5.1.0.1.

        De omzendbrief KW ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 februari 2019.

        Motivering

        De Vlaamse Wooncode stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.  Het is de opdracht van de gemeenten om de kwaliteit van woningen op het grondgebied van de gemeente te bewaken om het grondrecht op menswaardig wonen van de inwoners van de gemeente te vrijwaren. Het is wenselijk dat de gemeente een belasting invoert op ongeschikte en onbewoonbare woningen, zodat ze maximaal deze opdracht kunnen vervullen. Het invoeren van een gemeentelijke belasting O/O heeft als doel om de kwaliteit van het woningbestand in de gemeente te verhogen.
        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

        Artikel 1. Begripsomschrijvingen

        Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

        1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

        a)  een aangetekend schrijven;

        b)  een afgifte tegen ontvangstbewijs.

        c)  een elektronische aangetekende zending.

        2° Gewestelijke Inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris vermeld in artikel 26 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;

        3°  inventarisatiedatum: de datum waarop een woning in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen is opgenomen;

        4° woning: het goed vermeld in artikel 1.3., §1, eerste lid, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

        5° kamer: de soort woning vermeld in artikel 1.3., §1, eerste lid, 25° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

        5° zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

        a) de volle eigendom;

        b) het recht van opstal of van erfpacht;

        c) het vruchtgebruik.

        HOOFDSTUK 2. BELASTING OP ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN

        Artikel 2. Belastingstermijn en belastbare grondslag

        §1. Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.

        §2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in deze inventaris, of, voor woningen die bij de inwerkingtreding van dit reglement reeds op de inventaris waren opgenomen, bij de eerstvolgende verjaardag van de inventarisatiedatum.

        Zolang de woning niet is geschrapt uit deze inventaris, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

        Artikel 3. Belastingplichtige

        §1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de ongeschikte of onbewoonbare woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.

        §2. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

        In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.

        In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.

        Artikel 4. Tarief van de belasting

        §1. De belasting bedraagt:

        -  € 1500 voor een kamer

        -  € 2500 voor elke andere woning;

        Als de kamer of woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staat, bedraagt de belasting:

        - € 2000 voor een kamer

        - € 3750 voor elke andere woning

        Als de kamer of woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staat, bedraagt de belasting:

        - € 2500 voor een kamer

        - € 5000 voor elke andere woning.

        Als de kamer of woning een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staat, bedraagt de belasting:

        - € 3000 voor een kamer

        - € 6250 voor elke andere woning

        Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning is opgenomen in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht op het betrokken gebouw of de woning.

        Deze herberekening is niet van toepassing bij overdracht van of aan:

        • vennootschappen waarin de vroegere zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
        • verenigingen zonder winstoogmerk (vzw’s) waarvan de vroegere zakelijk gerechtigde lid is.

        Artikel 5. Vrijstelling

        De houder van het zakelijk recht kan beroep doen op de hieronder vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten, tenzij anders vermeld, elk jaar opnieuw, per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting worden aangevraagd.

        § 1. Van de belasting is vrijgesteld:

        1. de houder van het zakelijk recht die de kamer of woning uitsluitend gebruikt als hoofdverblijfplaats en over geen enkele andere woning beschikt;

        2. de natuurlijke –en rechtspersonen, die een kamer of woning die opgenomen is op de gewestelijke inventaris van ongeschikte/onbewoonbare woningen of opgenomen is op de gemeentelijke inventaris verwaarloosde woningen, hebben verworven: gedurende één jaar volgend op datum van notariële akte. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan:

        a. vennootschappen waarin de vroegere zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;

        b. vzw’s waar de zakelijk gerechtigde lid van is.

        3. de houder van het zakelijk recht die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.

        Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:

          i. een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;

         ii. een volledige opsomming, korte beschrijving en tijdschema van alle geplande werken;

         iii. een raming van de kosten van de geplande werken via één van de volgende stukken:

        • a) een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
        • b) een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
        • c) een combinatie van beide offertes;

         iv. een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.

        Deze vrijstelling kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand hoogstens voor drie opeenvolgende belastingjaren verkregen worden.

        Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt sloop die gevolgd wordt door vervangingsbouw beperkt tot een termijn van één jaar die volgt op de goedkeuring van de vergunning.

        § 2.: Een vrijstelling wordt verleend indien de kamer of de woning:

        1. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid voorlopig of definitief goedgekeurd onteigeningsplan;

        2. krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument;

        3. deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap;

        4. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging

        5. de woning waarvoor een omgevingsvergunning voor de uitvoering van stedenbouwkundige handelingen is verleend of een omgevingsmelding is gedaan. Deze vrijstelling kan slechts één maal toegekend worden aan dezelfde houders van het zakelijk recht en geldt voor 24 maanden volgend op de toekenning van de omgevingsvergunning of aktename van de melding, voor zover de werken een normaal verloop kennen. Indien de werken geen normaal verloop kennen maakt de bevoegde administratie hiervan een controleverslag op en stuurt dit aangetekend op aan de zakelijk gerechtigde. De vrijstelling vervalt met ingang van de verzending van dit controleverslag

        6. de woningen waarvan het effectief gebruik onmogelijk is omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een gerechtelijke procedure, vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot 24 maanden na het einde van de onmogelijkheid

        7. de woningen waarvan het zakelijk recht toebehoort aan de Belgische Staat ingevolge definitieve verbeurdverklaring krachtens artikel 42, 1° en 2° van het Strafwetboek

        8. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht.

        Artikel 6. Inkohiering

        De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        Artikel 7. Betalingstermijn

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

        Artikel 8. Bezwaar

        §1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        §2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Artikel 9. Kennisgeving toezicht

        Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

        Artikel 10 Inwerkingtreding

        Deze verordening treedt in voege op 1 januari 2026 en vervangt het vorige reglement.

    • Cultuur

      • Goedkeuren beleidsplan en begroting IOED Midwest 2027-2032

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Verontschuldigd: Johan Vandenbussche, raadslid
        Juridische grond

        Decreet Lokaal bestuur (22 december 2017)

        Onroerend erfgoed decreet (12 juli 2013)

        Onroerend erfgoed besluit (16 mei 2014)

        Motivering

        Bij een wijziging van de samenstelling van een erkende IOED (als een gemeente uitstapt en/of toetreedt) en bij een administratieve wijziging (als de naam van de IOED verandert) dient een aanvraag tot aanpassing van de erkenning bij het agentschap Onroerend Erfgoed ingediend te worden.

        De erkenning als IOED is noodzakelijk om via een samenwerkingsovereenkomst met het agentschap Onroerend Erfgoed Vlaamse subsidies voor de periode 2027-2032 te kunnen ontvangen.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1. De gemeenteraad gaat akkoord met de aanvraag tot aanpassing van de erkenning van de IOED: vanaf 2027 gaat ze verder onder de naam IOED Midwest, voor de volgende gemeenten: Hooglede, Ingelmunster, Lichtervelde, Moorslede, Pittem, Roeselare, Staden, Tielt en Wingene.

        Artikel 2. De gemeenteraad gaat akkoord met het onroerend erfgoed-beleidsplan 2037-2032 en de meerjarenbegroting 2027-2032 die ingediend zullen worden in het kader van de aanvraag tot subsidie als IOED.

    • Intergemeentelijke Samenwerking

      • WVI - Buitengewone Algemene Vergadering 10 december 2025 - Vaststellen mandaat van vertegenwoordiger en goedkeuren agendapunten

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        Het Decreet Lokaal Bestuur.

        De statuten van WVI.

        Motivering

        De beschikbaar gestelde documenten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Art.1. Zijn goedkeuring te verlenen aan de punten van de agenda en bijhorende stukken m.b.t. deze punten waarbij een beslissing moet genomen worden, die voorgelegd zal worden op de Buitengewone Algemene Vergadering van de West-Vlaamse Intercommunale (WVI) op 10 december 2025:

        1. Goedkeuring verslag van de algemene vergadering dd. 11.06.2025
        2. Begroting 2026
        3. Strategisch plan 2025-2030
        4. Kennisneming nieuwe bestuurder met raadgevende stem
        5. Mededelingen

        Art.2. De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de buitengewone algemene vergadering van de West-Vlaamse Intercommunale op 10 december 2025 op te dragen zijn/haar stem­gedrag af te stemmen op de beslissingen ge­no­men in de gemeente­­raad van heden.

        Art.3. Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van de hierbij genomen beslissing en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de Intercommunale WVI.

      • C-smart (voorheen Cipal dv) - Algemene Vergadering 18 december 2025 - Vaststellen mandaat van vertegenwoordiger en goedkeuren agendapunten

        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
        Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
        Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
        Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
        Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
        Juridische grond

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (hierna kortweg "LDB") en in het bijzonder art. 40, 445 en 605 van het DLB

        De laatst gecoördineerde statuten.

        Artikel 30 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten dat de voorwaarden m.b.t. de toepassing van de in house-exceptie bepaalt.

        Motivering

        De beschikbaar gestelde documenten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, Ivan Vandenbussche
        Voorstanders: Noor Bruynooghe, Ria Beeusaert-Pattyn, Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Art.1. Op basis van de bekomen documenten en de toelichtende nota worden de agendapunten van de algemene vergadering van C-smart (voorheen Cipal DV) van 18 december 2025, zoals overgemaakt per e-mail d.d. 29 oktober 2025, goedgekeurd.

        Agenda:

        1. Toetreding en aanvaarding nieuwe deelnemer(s)
        2. Bespreking en goedkeuring van de begroting 2026
        3. Goedkeuring van het verslag, staande de vergadering

        Art.2. Bovengenoemde vertegenwoordiger of bij belet bovengenoemde plaatsvervanger wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van C-smart (voorheen Cipal DV) van 18 december 2025 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden) te handelen en te beslissen conform de beslissingen die door de gemeenteraad zijn genomen over de agendapunten van de algemene vergadering van C-smart (voorheen Cipal DV) van 18 december 2025 en verder al het nodige te doen voor de afwerking van de volledige agenda.

        Art.3. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan C-smart (voorheen Cipal DV).

  • Vraagstelling

    • Vraagstelling en mededelingen in toepassing van artikel 13 van het huishoudelijk reglement

      Aanwezig: Noor Bruynooghe, Voorzitter raad
      Ria Beeusaert-Pattyn, Burgemeester
      Steven Bogaert, Els Kindt, Steven Kindt, Ann Gunst, schepenen
      Johan Vandenbussche, Sofie Steurbaut, Joke Van Doorne, Thijs Deklerck, Ria Ghesquiere, Bart Verhaeghe, Etienne Denys, Hilde Pitteljon, Andy Tommeleyn, Lukas Gunst, Jens Devloo, Wolfgang Vanpraet, Wouter De Clerck, Jan De Decker, Saar Laridon, raadsleden
      Ivan Vandenbussche, Algemeen Directeur
      Besluit

      Een uitgebreid audioverslag is te beluisteren op de website.

      De Burgemeester geeft mee dat erfgoedpostkaarten zijn bezorgd aan alle raadsleden.

      Het nieuwe promofilmpje wordt in primeur getoond aan de raadsleden.

      Afsluitend deelt de voorzitter mee dat de volgende vergadering door gaat op maandag 15 december 2025, om 20u, in de raadszaal.

Namens Gemeenteraad,

Ivan Vandenbussche
Algemeen Directeur

Noor Bruynooghe
Voorzitter raad