Artikel 170, §4 van de Grondwet.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2015 waarin beslist werd om deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid ‘Woondienst Regio Roeselare’ en om het projectvoorstel waarin de actie ”verwaarloosde gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken” inbegrepen is door het IGS van Woondienst Regio Roeselare.
De omzendbrief KW ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 februari 2019.
Het is redelijk een belasting te heffen om speculatie te voorkomen.
Tweedeverblijvers moeten ook bijdragen voor het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen.
De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Art.1. Er wordt voor het aanslagjaar 2026-2031 een directe gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.
Art.2. Een tweede verblijf is elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf is van de zakelijk gerechtigde of de huurder, maar die wel op elk ogenblik door hen kan worden bewoond. De woning beschikt over een slaapgelegenheid, kookgelegenheid, badkamer en de nodige nutsvoorzieningen en is voor meer dan 50% in gebruik als woning. De woning voldoet aan de Vlaamse Wooncode, wat betekent dat zij geschikt is om te bewonen.
Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans en die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
§1. Als tweede verblijf wordt niet beschouwd:
§2. De opsporing en vaststelling van tweede verblijven gebeurt door de bevoegde ambtenaar van de gemeente, aangesteld door het College van Burgemeester en Schepenen. De opsporing kan tevens gebeuren door een personeelslid, aangesteld door het College van Burgemeester en Schepenen, van de intergemeentelijke woondienst regio Roeselare.
De bevoegde ambtenaren van de gemeente en de personeelsleden van de intergemeentelijke Woondienst regio Roeselare zijn gemachtigd de huidige toestand ter plaatse vast te stellen.
Art.3. De belasting valt ten laste van diegene die, op 30 juni van het aanslagjaar, zakelijk gerechtigde is van het tweede verblijf. De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt op diezelfde datum beoordeeld.
In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord ‘Nalatenschap’.
In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.
Art.4. De belasting wordt vastgesteld op €1.500 per tweede verblijf.
Art.5. De zakelijk gerechtigde doet bij de gemeente, dienst Financiën Marktplaats 2, 8810 Lichtervelde aangifte van een tweede verblijf, ten laatste op 30 juni. Dit kan op 2 manieren:
- In geval van eigen gebruik: de zakelijk gerechtigde doet een schriftelijke aangifte van het tweede verblijf.
- In geval van verhuur en ontbreken van domicilie: de zakelijke gerechtigde bezorgt bewijsstukken van verhuring. Als bewijsstukken worden aanvaard: een geregistreerde huurovereenkomst en betalingsbewijzen van de huurgelden en/of de waarborg.
In geval van eigen gebruik stellen de bevoegde ambtenaren ter plaatse het gebruik van het tweede verblijf vast.
Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd. In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met …
Art.6. De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van Burgemeester en Schepenen.
Art.7. De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Art.8. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van Burgemeester en Schepenen volgens de modaliteiten van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het bezwaar moet op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Art.9. Dit reglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026 en vervangt voorgaande reglementen.