Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
Artikel 464/1, 1°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen van 10 april 1992.
Artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
De financiële toestand van de gemeente.
Deze belasting biedt een belangrijke belastingopbrengst voor de gemeente, ze houdt rekening met de draagkracht van de belastingplichten, doordat in de basisheffing sociale correcties verwerkt zijn. De inningskosten zijn laag voor de gemeente, doordat aanvullende belastingen samen met de hoofdbelasting geïnd worden door de bevoegde overheid. Eventuele bezwaren worden samen met de hoofdbelasting behandeld door de overheid die de hoofdbelasting int en er geldt een voorschottensysteem, waardoor de gemeentelijke thesaurie minder afhankelijk is van het inkohieringsritme door de centrale overheden.
Art.1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, worden ten bate van de gemeente 1208 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
Art.2. De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.